Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3035, 200.249.176_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3035, 200.249.176_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 augustus 2019
Datum publicatie
16 augustus 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:3035
Zaaknummer
200.249.176_01

Inhoudsindicatie

Partneralimentatie

Inkomensverlies. Niet voor herstel vatbaar. Verwijtbaar. 90% toets.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

zaaknummer : 200.249.176/01

zaaknummer rechtbank : C/02/317865 / FA RK 16-4001

beschikking van de meervoudige kamer van 15 augustus 2019

in de zaak in hoger beroep van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. P. de Jonge te Zierikzee,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. P.W. Bakkum te Zierikzee.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 17 augustus 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

De man is op 6 november 2018 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 17 augustus 2018.

2.2.

De vrouw heeft op 9 januari 2019 een verweerschrift ingediend.

2.3.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 23 april 2018;

- een journaalbericht van de zijde van de man van 28 juni 2019 met bijlagen, ingekomen op 1 juli 2019;

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 5 juli 2019 met bijlagen, ingekomen op 9 juli 2019.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 juli 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- namens de man, mr. De Jonge;

- de vrouw, bijgestaan door mr. Bakkum.

2.4.1.

De man is, met bericht van verhindering, niet ter zitting in hoger beroep verschenen.

3 De feiten

3.1.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2.

Partijen zijn op 29 oktober 1993 te [plaats] gehuwd.

3.3.

De uit het huwelijk geboren kinderen zijn inmiddels meerderjarig.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing