Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-09-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3434, 200.212.681_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-09-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3434, 200.212.681_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17 september 2019
Datum publicatie
18 september 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:3434
Formele relaties
Zaaknummer
200.212.681_01

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsrecht.

Uitleg garantiebepaling.

Holdingmaatschappij heeft een garantieverklaring ondertekend voor de van niet-nakoming nakoming van de verplichtingen door dochtervennootschap ter zake van een taxivervoerovereenkomst. De garantiebepaling kwalificeert als borgtocht. Nu de verbintenis van de dochtervennootschap niet strekt tot betaling van een geldsom, maar tot het verzorgen van vervoer, geldt de borgtocht van de holding slechts voor de schadevergoedingsverplichting in geval van niet nakoming door de dochtervennootschap.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.212.681/01

arrest van 17 september 2019

in de zaak van

Holding [de holding] BV,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als “ [de holding] ”,

advocaat: mr. D.P. Schalken te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 Gemeente Eindhoven,gevestigd te Eindhoven,

2. Gemeente Best,gevestigd te Best,

3. Gemeente Geldrop-Mierlo,gevestigd te Geldrop,

4. Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,

gevestigd te Nuenen,

5. Gemeente Veldhoven,

gevestigd te Veldhoven,

6. Gemeente Waarle,

gevestigd te Waarle,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als “de gemeenten”,

advocaat: mr. C.F.H. Donners te Nijmegen,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 maart 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 28 december 2016, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen [de holding] als gedaagde en de gemeenten als eiseressen.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/300066/HA ZA 15-733)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar de tussenvonnissen van 10 februari 2016 en 18 mei 2016.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep;

-

de memorie van grieven;

-

de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties en eiswijziging;

-

de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;

-

het schriftelijk pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

4 De uitspraak