Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-12-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4403, 200.259.158_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-12-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4403, 200.259.158_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 december 2019
- Datum publicatie
- 10 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4403
- Zaaknummer
- 200.259.158_01
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek partneralimentatie, nu er geen sprake is van behoeftigheid.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.259.158/01
zaaknummer rechtbank : C/02/342461 FA RK 18-1323
beschikking van de meervoudige kamer van 5 december 2019
inzake
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.E.J. de Hart te Waalwijk,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M.A.P. Kolsteren-van Heijst te Hulten.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) van 12 februari 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 9 mei 2019 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 12 februari 2019.
De man heeft op 16 september 2019 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- -
-
een bericht van de zijde van de vrouw van 23 mei 2019, ingekomen op 29 mei 2019;
- -
-
een journaalbericht van de zijde van de man van 8 oktober 2019 met bijlagen, ingekomen op 8 oktober 2019;
- -
-
een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 9 oktober 2019 met bijlagen, ingekomen op 10 oktober 2019.
De mondelinge behandeling heeft op 22 oktober 2019 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
3 De feiten
Partijen zijn op 11 november 2011 met elkaar gehuwd.
Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren.
Bij beschikking voorlopige voorzieningen van 25 april 2018 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, bepaald dat de man voor het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 822,- per maand dient te betalen.
Bij beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van 24 augustus 2018 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant het verzoek van de man tot wijziging van voornoemde beschikking afgewezen.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding uitgesproken.
De beschikking is op 22 mei 2019 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
Het verzoek van de vrouw om een uitkering in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna ook: partneralimentatie) vast te stellen, is afgewezen.
Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.