Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:546, 200.236.446_01 en 200.236.449_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:546, 200.236.446_01 en 200.236.449_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 februari 2019
- Datum publicatie
- 8 juni 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:546
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1375
- Zaaknummer
- 200.236.446_01 en 200.236.449_01
Inhoudsindicatie
Echtscheiding, partneralimentatie, huwelijksvermogensrecht; verdeling huwelijksgemeenschap; aandelen BV
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Zaaknummers: 200.236.446/01 en 200.236.449/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/315548 FA RK 16-6343
beschikking van de meervoudige kamer van 14 februari 2019
inzake:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
verweerder in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. L.M. Bakker,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M. van Vliet,
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 december 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De man is op 26 maart 2018 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 29 december 2017.
De vrouw heeft op 14 mei 2018 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep met bijlagen ingediend.
De man heeft op 11 juni 2018 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep met de producties 23 tot en met 26 ingediend.
De verzoeken die betrekking hebben op de echtscheiding en de alimentatie zijn ter griffie ingeschreven onder zaaknummer 200.236.446/01. De overige verzoeken zijn ter griffie ingeschreven onder zaaknummer 200.236.449/01.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- -
-
een journaalbericht van de zijde van de vrouw met producties 15 tot en met 34, ingekomen op 17 januari 2019;
- -
-
een journaalbericht van de zijde van de vrouw met producties 35 tot en met 37, ingekomen op 21 januari 2019;
- -
-
twee journaalberichten van de zijde van de man met producties 23 tot en met 32 (de producties 23 tot en met 26 zijn verkeerd genummerd) en 33, ingekomen op 17 januari 2019.
De mondelinge behandeling heeft op 30 januari 2019 plaatsgevonden. De man is niet verschenen. Namens de man is verschenen zijn advocaat, mr. Bakker. De vrouw is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van Vliet.
De advocaat van de vrouw heeft pleitaantekeningen overgelegd, welke pleitaantekeningen deels ter zitting zijn voorgedragen.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
-
Partijen zijn op 21 maart 2003 gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen.
-
Partijen zijn de ouders van:
[minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] ( [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] ( [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
Het verzoek van de vrouw tot echtscheiding is op 8 december 2016 ingekomen bij de rechtbank Oost-Brabant.
Daarop is bij de bestreden beschikking (29 december 2017) de echtscheiding uitgesproken.
De echtscheidingsbeschikking is, gelet op het door de man ingestelde vol appel, tot op heden nog niet in geschreven in de registers van de burgerlijke stand.