Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:556, 20-001765-18

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:556, 20-001765-18

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 februari 2019
Datum publicatie
18 februari 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:556
Formele relaties
Zaaknummer
20-001765-18
Relevante informatie
Wet wapens en munitie [Tekst geldig vanaf 01-07-2024] art. 13

Inhoudsindicatie

1. Voorhanden hebben wapen, zekere mate van machtsuitoefening, beschikkingsmacht, aan de zijde van de verdachte.

2. Geen ruimte voor een overweging met het oog op een toekomstige aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de verdachte

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001765-18

Uitspraak : 15 februari 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 16 mei 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-173030-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (feit 1) veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis. Ter zake het onder 2 ten laste gelegde is de verdachte vrijgesproken.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraak van feit 2, bewezen zal verklaren hetgeen onder 1 ten laste is gelegd en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is namens verdachte primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte richt zich mede tegen de vrijspraak door de politierechter van hetgeen aan de verdachte onder 2 ten laste is gelegd. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover thans nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 2 augustus 2017 te [pleegplaats] een wapen van categorie I onder 7°, als bedoeld in de Wet wapens en munitie, te weten een airsoftwapen gelijkend op een vuurwapen, te weten een CZ 75 Compact P-01 9mm, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

In de tenlastelegging onder 1 is niet opgenomen dat het wapen een wapen betreft als bedoeld in de Wet wapens en munitie. Het hof leest de tenlastelegging in die zin verbeterd.

De in de tenlastelegging overige voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 augustus 2017 te [pleegplaats] een wapen van categorie I onder 7°, als bedoeld in de Wet wapens en munitie, te weten een airsoftwapen gelijkend op een vuurwapen, te weten een CZ 75 Compact P-01 9mm, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2017 (pag. 3), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [namen verbalisanten]:

Op 2 augustus 2017, zijn wij, verbalisanten, omstreeks 16:00 uur naar het adres [adres] te [woonplaats] gereden. Dit naar aanleiding van een melding dat er op dit adres een luchtbuks en een ander op een vuurwapen gelijkend voorwerp lagen.

Wij, verbalisanten, kwamen omstreeks 16:15 uur ter plaatse op genoemd adres. De voordeur werd geopend door een manspersoon, later bekend als [verdachte] (hof: de verdachte). Verbalisant [naam 1] deelde mede dat er een melding was binnengekomen met betrekking tot de genoemde wapens en vorderde de uitlevering van de wapens. Wij, verbalisanten, hoorden dat [verdachte] zei dat er 2 luchtbuksen in de woning aanwezig waren en dat wij toestemming kregen om de woning te betreden.

Wij verbalisanten zagen dat er achter in de woonkamer een bed gesitueerd was. Wij verbalisanten zagen dat er op een hocker naast het bed, op een map van de [naam 2] , een zwart voorwerp lag gelijkend op een vuurwapen.

2. Een ander geschrift, zijnde een kennisgeving inbeslagneming, van rapporteur [naam rapporteur] , brigadier van politie Eenheid Oost-Brabant, voor zover inhoudende:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] te [woonplaats]

Datum en tijd : 2 augustus 2017 te 16:20 uur

Reden : artikel 13/1 Wet wapens en munitie (cat. 1 sub 7)

Grondslag : vatbaar voor onttrekking aan het verkeer

Omstandigheden : het wapen betreft een niet van een echt vuurwapen te onderscheiden airsoftreplica. Het wapen lag op een tafel midden in de woonkamer van het betreffende adres, was doorgeladen. Na inbeslagneming is het wapen door mij, verbalisant [naam rapporteur] , ontladen en ontspannen.

Beslagene

Volgnummer 1

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING