Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-01-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91, 200.224.804_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-01-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91, 200.224.804_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 15 januari 2019
- Datum publicatie
- 17 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:91
- Zaaknummer
- 200.224.804_01
Inhoudsindicatie
Artikel 477a Rv. Verklaringsprocedure bij executoriaal beslag. Derde-beslagenen hebben niet voldaan aan hun (verzwaarde) stelplicht.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.224.804/01
arrest van 15 januari 2019
in de zaak van
1 [de vennootschap 1 / appellante] ,
gevestigd/wonende te [vestigingsplaats/woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. M.F.J. Martens te ’s-Hertogenbosch,
tegen:
[de vennootschap 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
in hoger beroep niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 20 maart 2017 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, gewezen vonnis van 21 december 2016 tussen appellanten - [appellante] en [appellant] - als gedaagden en geïntimeerde
- [geïntimeerde] - als eiseres.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/302082 / HA ZA 15-855)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 16 maart 2016.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep van 20 maart 2017;
- -
-
het op 10 oktober 2017 tegen geïntimeerde verleende verstek;
- -
-
de memorie van grieven van [appellante] en [appellant] van 19 december 2017 met producties.
[appellante] en [appellant] hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
Het procesdossier van [appellante] en [appellant] bevat in strijd met het procesreglement enkele aantekeningen. Het hof heeft hier geen acht op geslagen.