Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-01-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:168, 200.227.870_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-01-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:168, 200.227.870_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 januari 2020
- Datum publicatie
- 27 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:168
- Zaaknummer
- 200.227.870_01
Inhoudsindicatie
beroepsaansprakelijkheid notaris voor fouten bij vestiging pandrechten, verlies van een kans op (gedeeltelijke) verhaalbaarheid van vordering waarvoor pandrechten werden gevestigd, bewijsopdracht bestaan/omvang schade.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.227.870/01
arrest van 21 januari 2020
in de zaak van
[de vennootschap 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. S.H.O. Aben te Weert,
tegen
1 [geïntimeerde] ,wonende te [woonplaats] ,
2. Notariskantoor [vestigingsnaam] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als de notaris (geïntimeerde sub 1), het notariskantoor (geïntimeerde sub 2) en gezamenlijk als de notaris c.s.,
advocaat: mr. H.J. Delhaas te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 4 oktober 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 juli 2017, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellante] als eiseres en de notaris c.s. als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/220263/HA ZA 16-252)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep, met productie 1;
- -
-
de memorie van grieven, met producties 2 en 3, tevens houdende wijziging van eis;
- -
-
de memorie van antwoord;
- -
-
het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
Tijdens de zitting heeft mr. Delhaas bezwaar gemaakt tegen opname in de pleitnota (na par. 11) van mr. Aben van de inhoud van een leveringsakte die in de pleitnota is gekopieerd. Het hof constateert dat mr. Aben deze leveringsakte niet als productie in het geding heeft gebracht en dat hij de tekst daarvan niet heeft voorgedragen. Het hof neemt er daarom geen kennis van in de zin van artikel 149 lid 1 Rv.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.