Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-05-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1527, 200.282.798_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-05-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1527, 200.282.798_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 25 mei 2021
- Datum publicatie
- 6 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1527
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2020:6073
- Zaaknummer
- 200.282.798_01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling. Bestuurder niet betrokken bij gang van zaken binnen rechtspersoon en bij betalingen. Betaalautonomie en grenzen daarvan.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.282.798/01
arrest van 25 mei 2021
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] (Duitsland) ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. H.A.J. Stollenwerck te Maastricht,
tegen
Support ME B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Support ME,
niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 27 augustus 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 12 augustus 2020, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen Support ME als eiseres en [appellant] als gedaagde.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/270880 / HA ZA 19-577)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep
- -
-
het tegen Support ME verleende verstek
- -
-
de memorie van grieven
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De feiten
In dit hoger beroep gaat het hof uit van de feiten die de rechtbank heeft vastgesteld in het bestreden vonnis onder 2. Voor zover relevant vult het hof de opsomming aan met enkele andere feiten die tussen partijen vaststaan.
Op 24 juni 2016 is Stichting [stichting] opgericht. [appellant] was enig bestuurder van [stichting] . Bij [stichting] was [arts/medisch directeur] werkzaam als arts en medisch directeur.
Op 29 augustus 2016 hebben [stichting] en Support ME een zogenaamde overeenkomst van projectopdracht gesloten voor de duur van zes maanden. De overeenkomst hield in dat Support ME vanaf 1 oktober 2016 werknemers aan [stichting] zou uitlenen voor het
vervullen van secretariële diensten en/of het verlenen van diensten van interim-management. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door [medewerker 1] .
Op 6 september 2016 hebben [stichting] en Support ME een tweede projectovereenkomst
gesloten, nu voor de duur van zes maanden en twee dagen. Deze tweede overeenkomst betrof tijdelijke werkzaamheden, inhoudende dienstverlening met betrekking tot het opzetten van een officesecretariaat en processen ten behoeve van de ondersteuning van het management van [stichting] . Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door [medewerker 2] .
Support ME heeft [stichting] facturen verzonden voor de kosten van het uitlenen. Omdat [stichting] nalatig was met betaling van de factuurbedragen, heeft Support ME eerst op 26 januari 2017 de dienstverlening aan [stichting] opgeschort en vervolgens op 9 februari 2017 de overeenkomsten met [stichting] ontbonden.
Bij vonnis van de rechtbank Limburg van 29 maart 2017 is [stichting] op vordering van Support ME bij verstek veroordeeld tot betaling van € 46.404,14 uit hoofde van openstaande facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en € 21.505,10 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente. Dit verstekvonnis is op 25 april 2017 aan [stichting] betekend en op 10 juni 2017 aan [appellant] in persoon. Het vonnis is onherroepelijk geworden. Aan het vonnis is niet voldaan.
Support ME heeft op 15 maart 2018 de rechtbank Limburg verzocht om [stichting] failliet te verklaren. [stichting] heeft geen verweer gevoerd. Bij vonnis van 3 april 2018 van de rechtbank Limburg is [stichting] bij verstek failliet verklaard.