Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-06-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2004, 200.254.865_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-06-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2004, 200.254.865_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 juni 2021
- Datum publicatie
- 14 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2004
- Formele relaties
- Na prejudiciële beslissing van : ECLI:NL:HR:2019:96
- Herstelarrest: ECLI:NL:GHARL:2017:9019
- Zaaknummer
- 200.254.865_01
Inhoudsindicatie
Proceskosten na schikking.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.254.865/01
arrest van 29 juni 2021
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
verder: [appellant] ,
advocaat: mr. J.M.E. Hamming te Drachten,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
verder: [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. J. Bolt te Groningen,
in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 25 januari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:96) en in vervolg op de tussenarresten van 27 augustus 2019, 7 januari 2020 en 16 maart 2021.
11 Het verdere procesverloop
In het laatste tussenarrest heeft het hof een nadere mondelinge toelichting door de deskundige bevolen en een mondelinge behandeling gelast. Partijen en de advocaten zijn ter zitting van 14 juni 2021 verschenen. De deskundige is daarbij niet verschenen.
12 De verdere beoordeling
Partijen hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 14 juni 2021 een minnelijke regeling getroffen. Deze regeling is vastgelegd in een proces-verbaal. Partijen hebben als gevolg van de regeling hun vorderingen gewijzigd. Zij maken uitsluitend nog aanspraak op vergoeding van de proceskosten, inclusief de kosten van de door de gerechten benoemde deskundige in eerste aanleg en in hoger beroep, en zij concluderen tot veroordeling van de wederpartij in de proceskosten.
Het hof stelt voorop dat de proceskosten in cassatie niet aan de orde kunnen zijn in dit hoger beroep. Immers, de Hoge Raad heeft in het dictum van zijn arrest al bindend beslist over die kosten. Het hof zal dan ook niet beslissen over die kosten.
Het hof zal de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief de kosten van de door de gerechten benoemde deskundige, tussen partijen compenseren, omdat iedere partij op verschillende punten in het ongelijk is gesteld. Dat blijkt uit de minnelijke regeling die partijen hebben getroffen: iedere partij heeft concessies gedaan en iedere partij heeft profijt van de concessies van de wederpartij.
Dit betekent dat iedere partij de helft van de kosten van de door de gerechten benoemde deskundige, in eerste aanleg en in hoger beroep, dient te dragen. [geïntimeerden] is bij arrest van 12 september 2017 veroordeeld in de kosten van de deskundige ten bedrage van € 2.453,10. De door [geïntimeerden] voorgeschoten kosten van de deskundige na cassatie en verwijzing zijn bij hofbeslissing van 9 oktober 2020 begroot op € 5.608,00. De compensatie van de proceskosten brengt mee dat [appellant] € 4.030,55 voor de kosten van de deskundige moet dragen en dat [geïntimeerden] € 4.030,55 voor de kosten van de deskundige moet dragen (€ 2.453,10 + € 5.608,00 = € 8.061,10 / 2). Een verrekening moet plaatsvinden voor zover een partij tot op heden meer of minder dan dit bedrag heeft gedragen. Het hof zal dit in de beslissing tot uitdrukking brengen. Het hof ziet geen aanleiding voor een verrekening van eventueel verschuldigd geworden wettelijke rente over reeds betaalde deskundigenkosten.
Het voorgaande betekent dat het hof belangrijke delen van de beslissing van het hof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 12 september 2017 zal herhalen:
- de vernietiging van de vonnissen van 16 oktober 2013, 14 januari 2015 en 28 september 2016;
- de compensatie van de proceskosten (“zaak 2”, zoals omschreven in het arrest van 12 september 2017).