Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-09-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2922, 200.287.043_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-09-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2922, 200.287.043_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 september 2021
- Datum publicatie
- 28 september 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2922
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:202, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.287.043_01
- Relevante informatie
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-01-2026] art. 843a, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-07-2025] art. 7, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-07-2025] art. 9, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-07-2025] art. 10
Inhoudsindicatie
art. 843a Rv / art. 7 Wkkgz / art. 9 Wkkgz / art. 10 Wkkgz / het interne incidentenregister / het kwaliteitssysteem / het recht op informatie ziet niet op gegevens uit het interne incidentenregister
Uitspraak
Afdeling civiel recht
Uitspraak : 23 september 2021
Zaaknummer : 200.287.043/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/03/280915 / HA RK 20-169
in de zaak van
1 [appellant] en
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna te noemen: de heer [appellant] respectievelijk mevrouw [appellante] , tevens gezamenlijk [appellant] (mannelijk enkelvoud),
advocaat: T.P. Boer te Arnhem,
tegen
Stichting [stichting],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: [stichting] (vrouwelijk enkelvoud),
advocaat: mr. L.A.P. Arends te Nijmegen.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 30 september 2020 waarvan beroep.
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie van dit hof op 4 december 2020, heeft [appellant] het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, rechtdoende, [stichting] te veroordelen tot het overleggen van de PRISMA-onderzoeken I en II met veroordeling van [stichting] in de kosten van beide instanties.
[stichting] heeft in haar verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie van dit hof op 5 februari 2021, het hof verzocht het verzoek van [appellant] ongegrond te verklaren dan wel af te wijzen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraak tot aan de dag van de algehele vergoeding.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- -
-
namens [appellant] , de heer en mevrouw [appellant] , bijgestaan door mr. Boer;
- -
-
[dochter] , dochter van [appellant] , hierna te noemen: [dochter] en
- -
-
namens [stichting] , mevrouw [juridisch adviseur] , juridisch adviseur van [stichting] , bijgestaan door mr. Arends.