Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3020, 200.279.888_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3020, 200.279.888_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2021
- Datum publicatie
- 19 oktober 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3020
- Formele relaties
- Na prejudiciële beslissing van : ECLI:NL:HR:2020:260
- Zaaknummer
- 200.279.888_01
Inhoudsindicatie
vordering uit onverschuldigde betaling. Bewijsperikelen.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.279.888/01
arrest na verwijzing van 5 oktober 2021
in de zaak van
[appellante] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
appellante na verwijzing,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. M. Mos te [plaats] ,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde na verwijzing,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.P.H. Jacobs te Utrecht,
in het geding na verwijzing naar dit hof door de Hoge Raad bij arrest van 14 februari 2020, nummer 18/04094 (ECLI:NL:HR:2020:260) gewezen tussen [appellante] als eiseres tot cassatie en [geïntimeerde] als verweerder in cassatie.
1 Het geding in feitelijke instanties en in cassatie
Voor het geding in feitelijke instanties en in cassatie verwijst het hof naar voormeld arrest van de Hoge Raad.
2 Het geding na verwijzing
Bij exploot van 10 juni 2020 heeft [appellante] de zaak aanhangig gemaakt bij dit hof. [appellante] heeft een memorie na verwijzing genomen. Zij heeft het hof verzocht om het geding verder te behandelen en te beslissen op het door haar gevorderde.
[geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord na verwijzing met vier producties genomen. Hij heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het eerdere vonnis van de rechtbank, zo nodig onder aanvulling/verbetering van gronden en tot afwijzing van de vorderingen van [appellante] , met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in de feitelijke instanties.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
3 De gronden van het hoger beroep
Voor de tekst van de grieven, voor zover nog aan de orde in hoger beroep, verwijst het hof naar de memorie van grieven van [appellante] in de procedure bij het hof Arnhem-Leeuwarden.