Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-04-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1171, 200.274.758_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-04-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1171, 200.274.758_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 april 2022
- Datum publicatie
- 14 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1171
- Zaaknummer
- 200.274.758_01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 8
Inhoudsindicatie
Vennootschapsrecht. Concern. Holding met twee aandeelhouders met gelijk stemrecht. Een van de aandeelhouders is tevens bestuurder. Omzetting lening van ene dochtervennootschap aan andere in agio. Geen aandeelhoudersbesluiten. Strijd met aandeelhoudersovereenkomst en statuten. Aansprakelijkheid bestuurder. Mogelijkheid schade niet aannemelijk. Voor onderzoek naar beleid bestuurder en ontslag is enquêteprocedure bij ondernemingskamer aangewezen. Gestelde omstandigheden onvoldoende om bestuurder op grond van art. 2:8 BW te dwingen als aandeelhouder in te stemmen met besluit tot ontslag van zichzelf. Afgeleide schade. Geen onbehoorlijk of onrechtmatig handelen van bestuurder jegens aandeelhouder.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.274.758/01
arrest van 12 april 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht-Airport, gemeente Beek,
tegen
1 [X] Holding B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [X] Onroerend Goed B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna afzonderlijk aan te duiden als [X] Holding , [X] OG en [geïntimeerde 3] , en gezamenlijk als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. T.J. Teggelaar te Nijmegen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 2 juni 2020 in het hoger beroep van het vonnis van 6 november 2019, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerden] als gedaagden.
5 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep
- -
-
de memorie van grieven met producties 14, 15 en 16
- -
-
de memorie van antwoord met producties 1 tot en met 6
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
6 De feiten
In dit hoger beroep neemt het hof tot uitgangspunt de feiten die de rechtbank heeft vastgesteld in onderdeel 2 van het bestreden vonnis, behoudens voor zover het hof hierna daarvan afwijkt. Voor zover relevant vult het hof de opsomming aan met enkele andere feiten die tussen partijen vaststaan.
[appellant] en [geïntimeerde 3] houden ieder de helft van de aandelen in [X] Holding .
[geïntimeerde 3] is enig bestuurder van [X] Holding .
[X] Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van [X] OG .
[X] OG is enig aandeelhouder en bestuurder van [X] Machines B.V. (hierna: [X] Machines ).
De statuten van [X] Holding luiden onder meer:
‘Bestuur
Artikel 16
1. Het bestuur van de vennootschap is opgedragen aan de
directie, bestaande uit één of meer directeuren.
2. De algemene vergadering is bevoegd door haar, in haar
daartoe strekkend besluit, duidelijk te omschrijven
besluiten van de directie aan haar voorafgaande goedkeuring
te onderwerpen.
3. De directeuren worden door de algemene vergadering benoemd
en kunnen te allen tijde door deze vergadering worden
geschorst en ontslagen.’
De statuten van [X] OG luiden onder meer:
‘BESTUUR
ARTIKEL 15
1. De vennootschap heeft een bestuur, bestaande uit een door de algemene
vergadering te bepalen aantal van één of meer bestuurders.
2. Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd en kunnen
te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst en
ontslagen.
3. (...)
4. Het bestuur behoeft de voorafgaande toestemming van de algemene
vergadering voor bestuursbesluiten strekkende tot alle besluiten van het
bestuur omtrent zodanige rechtshandelingen als door de algemene
vergadering van aandeelhouders duidelijk omschreven en schriftelijk ter
kennis van het bestuur gebracht.
Voor de toepassing van dit lid wordt een besluit van het bestuur tot het
aangaan van een rechtshandeling gelijk gesteld aan een besluit van het
bestuur tot het nemen of goedkeuren van een besluit van enig orgaan van
een vennootschap waarin de vennootschap deelneemt mits laatstbedoeld
besluit aan goedkeuring als hiervoor bedoeld in dit lid is onderworpen.
Het ontbreken van de goedkeuring zoals bedoeld in dit lid tast de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.’
[X] OG heeft op 31 december 2010 aan [X] Machines een achtergestelde geldlening verstrekt van € 400.000,00.
[appellant] en [geïntimeerde 3] hebben op 28 januari 2011 een overeenkomst ondertekend die is aangeduid als ‘aandeelhoudersovereenkomst’. Deze overeenkomst houdt onder meer in:
‘Directie en individueel handelende bestuurder behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van [X] Holding BV en van haar dochterondernemingen voor de navolgende (rechts)handelingen:
1. (...)
(...)
15. het uitoefenen van stemrecht op aandelen gehouden door de vennootschap;
(...)
21. het verrichten van rechtshandelingen, voor zover niet reeds vallend onder een van de voormelde nummers 1 tot en met 20, waarvan het belang of de waarde voor de vennootschap een bedrag van € 50.000,- te boven gaat of waardoor de Vennootschap langer dan één jaar wordt verbonden.
(...)
[geïntimeerde 3] [appellant]
(Directeur en aandeelhouder) (Aandeelhouder)’
Op 30 juni 2016 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [appellant] en [geïntimeerde 3] , waarbij [Persoon A] , accountant bij het kantoor BPV Accountants en Belastingadviseurs aanwezig was. In dat gesprek is het omzetten van de lening van [X] OG aan [X] Machines in agio ter sprake gekomen.
Op 29 december 2016 heeft [geïntimeerde 3] als (middellijk) bestuurder van [X] OG , [X] Machines en [X] Holding een overeenkomst tussen [X] OG en [X] Machines ondertekend. Deze overeenkomst luidt:
‘Overeenkomst van agio storting
(...)
In aanmerking nemende
- Dat OG BV enig aandeelhouder van M BV
- Dat OG BV een lening heeft verstrekt aan M BV ter grootte van € 400.000
- Dat in de bespreking bij de accountant van 30 juni 2016, waarbij naast [Persoon A] van het accountantskantoor aanwezig waren de heren [geïntimeerde 3] en de heer [appellant] , beiden 50% aandeelhouder in [X] Holding BV en hierdoor samen indirect 100% aandeelhouders van OG BV en M BV, unaniem besloten is de lening om te zetten in agio, teneinde hiermee de solvabiliteitspositie van M BV structureel te verbeteren
- Dat ter uitvoering van deze afspraken thans het volgende schriftelijk wordt bevestigd.
OG BV stort bij deze ten titel van agiostorting op de uitstaande aandelen in M BV het saldo van de lening, zoals die verstrekt is aan M BV, zijnde een bedrag van € 400.000. M BV aanvaart deze agiostorting en zal vanaf heden in de boeken van de onderneming registreren dat er heden een agiostorting heeft plaatsgevonden van € 400.000.
Aldus overeengekomen 30 juni 2016 en thans schriftelijk bevestigd dd 29 December 2016.’
Op 27 juni 2017 is een algemene vergadering van aandeelhouders van [X] Holding gehouden. Daarbij werd [appellant] vertegenwoordigd door mr. Spera . Het verslag van deze vergadering luidt onder meer:
‘1. Vaststelling van de jaarrekening 2016
- De heer Spera geeft aan niet accoord te gaan met de jaarrekening van 2016. Reden hiervan is dat een achtergestelde lening is omgezet in agio, en dit een besluit is welk volgens de aandeelhoudersovereenkomst toestemming vereist van alle aandeelhouders, en die toestemming van de zijde van aandeelhouder [appellant] niet gegeven werd (verwijzende naar sub 21 van de aandeelhoudersovereenkomst). (...)
- [Persoon A] merkte op, dat tijdens de bespreking van 30 juni 2016, waarbij zowel de heer [geïntimeerde 3] als de heer [appellant] aanwezig waren, het voorstel tot omzetting aan de orde is gekomen en door beide heren, dus belde aandeelhouders accoord werd bevonden.
- De heer Spera antwoordde dat volgens de heer [appellant] geen accoord is gegeven voor voornoemde omzetting. Verder vroeg de heer Spera wat de redenen van omzetting waren. Toegelicht werd door de heer [geïntimeerde 3] en [Persoon A] , dat de solvabiliteit van [X] Machines BV slecht was, wat problemen opleverde onder andere met leveranciers, hetwelk met deze omzetting opgelost werd.’