Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-05-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1579, 200.300.360_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-05-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1579, 200.300.360_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 mei 2022
- Datum publicatie
- 3 juni 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1579
- Zaaknummer
- 200.300.360_01
Inhoudsindicatie
bekrachtiging contact- en informatieregeling; bekrachtiging afwijzing verzoek tot wijziging kinderalimentatie
Uitspraak
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 19 mei 2022
Zaaknummer: 200.300.360/01
Zaaknummers eerste aanleg: C/02/374876 / FA RK 20-3827 (wijziging omgang)
C/02/380477 / FA RK 20-6762 (alimentatie)
in de zaak in hoger beroep van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. R. Wouters,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. C.T.B.J. Libosan-Besjes.
Deze zaak gaat over:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Middelburg) van 29 juni 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 28 september 2021;
- het verweerschrift, tevens houdende incidenteel hoger beroep, (eerste exemplaar) ingekomen op 10 oktober 2021;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen op 31 december 2021.
Het hof heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.
Zij hebben hiervan gebruik gemaakt door de aan hen toegezonden ‘formulieren bij kindgesprek’ ingevuld aan het hof te retourneren, ingekomen ter griffie op 9 februari 2022. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die reacties zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 18 mei 2021;
- een V-formulier met productie van de advocaat van de vrouw d.d. 22 februari 2022;
- een V-formulier met producties van de advocaat van de man d.d. 1 april 2022;
- de stukken uit het procesdossier eerste aanleg die betrekking hebben op de omgangprocedure, door de advocaat van de man op verzoek van het hof nagezonden d.d. 8 april 2022.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 april 2022. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de vrouw, bijgestaan door mr. Wouters;
- de man, bijgestaan door mr. Libosan-Besjes;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
3 De feiten
In het principaal en in het incidenteel hoger beroep
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .
De man heeft de kinderen erkend. De vrouw oefent van rechtswege het gezag over de kinderen uit. De kinderen wonen bij de vrouw.
Bij beschikking van 14 juni 2019 (die is verbeterd bij beschikking van 27 maart 2020) heeft de rechtbank Den Haag, kort gezegd, een omgangsregeling tussen de man en de kinderen bepaald, waarbij de kinderen eens per twee weken van vrijdag 15.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijven, alsmede een deel van de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen.
Bij beschikking van 10 maart 2020 heeft de rechtbank Den Haag de kinderen onder toezicht gesteld van Stichting Intervence (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI)) met ingang van 10 maart 2020 tot 10 maart 2021.
De ondertoezichtstelling is inmiddels geëindigd.
Bij beschikking van 7 augustus 2019 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage gewijzigd – de kinderbijdrage was bij beschikking van 4 oktober 2010 bepaald op € 16,- per kind per maand – en bepaald op een bedrag van € 83,33 per kind per maand, zulks met ingang van 1 maart 2019.
De omgangsprocedure en alimentatieprocedure waar deze beschikking over gaat zijn afzonderlijk van elkaar gestart in respectievelijk juli 2020 en december 2020.
Bij de beschikking van 3 november 2020, zoals is hersteld bij beschikking van 12 februari 2021, heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de behandeling van de zaak met betrekking tot de omgangsregeling aangehouden in afwachting van het verslag van de GI (van de resultaten van de door de GI in te zetten hulpverlening waarbij het doel is om weer toe te werken naar de vastgestelde omgangsregeling), zoals omschreven in r.o. 4.2.6 van die beschikking.
Bij brief van 3 februari 2021 heeft de GI aan de rechtbank verslag uitgebracht en verzocht om de omgang tussen de kinderen en de man te wijzigen in de navolgende zin:
- de man appt de kinderen eenmaal in de twee weken;
- de man stuurt de kinderen met hun verjaardagen en andere ‘belangrijke dagen’ een kaartje of cadeau;
- wanneer de kinderen de man willen ontmoeten, bespreken zij dit met de man. Hierop zal de man contact met de vrouw opnemen en zullen zij dit samen afstemmen;
- de vrouw stelt de man maandelijks op de hoogte via e-mail;
- de vrouw stelt de man op de hoogte wanneer de kinderen acute zorg nodig hebben of een ernstige ziekte hebben.
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking van 29 juni 2021 heeft de rechtbank de beschikking van de rechtbank Den Haag van 14 juni 2019, verbeterd bij beschikking van 27 maart 2020, gewijzigd voor wat de omgangsregeling betreft en de volgende contact- en informatieregeling vastgesteld:
- de man appt de kinderen een keer in de twee weken;
- de man stuurt de kinderen met hun verjaardagen en andere ‘belangrijke dagen’ een kaartje of cadeau;
- wanneer de kinderen de man willen ontmoeten, bespreken zij dit met de man. Hierop zal de man contact met de vrouw opnemen en zullen ze dit samen afstemmen;
- de vrouw stelt de man maandelijks op de hoogte via de e-mail;
- de vrouw stelt de man op de hoogte wanneer de kinderen acute zorg nodig hebben of een ernstige ziekte hebben.
Het meer of anders verzochte, waaronder het verzoek van de vrouw tot wijziging van de kinderalimentatie naar € 130,- per kind per maand met ingang van 1 december 2020, is afgewezen.