Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2429, 200.236.723_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2429, 200.236.723_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 juli 2022
- Datum publicatie
- 27 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2429
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:208
- Zaaknummer
- 200.236.723_01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 53
Inhoudsindicatie
Overname. Fout in balans. Gevolgen. Dwaling? Artikel 3:53 lid 2 BW? Schadevergoeding?
Uitspraak
Team handelsrecht
zaaknummer 200.236.723/01
arrest van 19 juli 2022
in de zaak van
[de vennootschap] ., voorheen genaamd [Beheer] B.V., hierna [appellante] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,advocaat: mr. N.H.A. Kampschreur te Eindhoven,
tegen
1 [Hekwerk] Participatie B.V., hierna [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2], hierna [geïntimeerde 2] ,
hierna gezamenlijk [geïntimeerden] ,
gevestigd/wonende te [vestigingsplaats] respectievelijk [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,advocaat: mr. G. de Gelder te Woudenberg,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 28 april 2020 in het hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,
onder zaak-/rolnummer C/01/283488 HA ZA 14-645 gewezen vonnissen van 1 juni 2016, 12 oktober 2016 en 14 februari 2018.
5 Het tussenarrest van 28 april 2020
Het hof roept in herinnering dat het in deze zaak zeer kort samengevat gaat om het volgende.
- [appellante] had de onderneming Eurobarrier (fabrikant van slagbomen en soortgelijke producten). [appellante] heeft de onderneming PSS gekocht van [geïntimeerde 1] . Het plan was dat PSS als service-centrum zou gaan samenwerken met Eurobarrier en de [geïntimeerden] -hekwerkbedrijven (licentienemers van [geïntimeerde 1] ).
- Er stond een onjuiste waardering in de tussentijdse cijfers van PSS, die zijn opgemaakt met het oog op de overname door [appellante] .
- De beoogde samenwerking is niet goed gegaan, PSS en Eurobarrier zijn failliet gegaan en de curator heeft de activa van PSS aan een concurrent verkocht.
- Partijen verschillen van mening over de onjuiste waardering, de oorzaken van het faillissement van PSS en van de mislukte samenwerking. [appellante] en [geïntimeerden] vorderen in deze context van elkaar betaling van vergoedingen op een aantal grondslagen.
Het hof heeft in het tussenarrest geoordeeld (3.19) dat
“het beroep van [appellante] op dwaling [in verband met de onjuiste waardering in de tussentijdse cijfers] gegrond is. Hieruit volgt dat [appellante] op goede gronden de buitengerechtelijke vernietiging van de Koopovereenkomst heeft ingeroepen. De dwaling komt naar het oordeel van het hof niet voor rekening van [appellante] .”
Het hof heeft verder als conclusie verwoord (3.30) dat:“- de post onderhanden projecten in de Overnamebalans onjuist is gewaardeerd en de fout moet worden begroot op een substantieel en omvangrijk bedrag van maximaal € 120.063,00 (3.13 hiervoor);- de Koopovereenkomst op goede gronden is vernietigd (3.19 hiervoor)”.
Het hof heeft de geschilpunten / vorderingen van partijen opgesomd (3.20):
“- het beroep van [geïntimeerden] op art. 3:53 lid 2 BW (partiële vernietiging en een uitkering in geld in verband met onbillijke bevoordeling van [appellante] ) en de daarmee samenhangende (reconventionele) vordering van [geïntimeerden] tot betaling van de restant Koopprijs; - de vordering van [geïntimeerden] tot vergoeding van schade; - de vordering van [appellante] tot vergoeding van schade (art. 2:249 BW; art. 6:74 BW; art. 6:162 BW).”
Het hof heeft [geïntimeerden] in de context van haar aanspraak op (a) een uitkering in geld wegens onbillijke bevoordeling/benadeling (art. 3:53 lid 2 BW); en
( b) schadevergoeding in verband met het faillissement van PSS en het gegeven dat [appellante] de aandelen niet terug kan geven;
toegelaten te bewijzen dat:
“- [appellante] onjuiste keuzes heeft gemaakt in de onderneming;
- [appellante] de samenwerking tussen PSS en de [geïntimeerden] -ondernemingen welbewust heeft gefrustreerd (omdat zij niet wilde dat PSS winst zou maken in verband met de earn-out);
- [appellante] ten onrechte de [geïntimeerden] -merknaam heeft gedeponeerd;
- [appellante] (als gevolg van het voorgaande) het faillissement van PSS heeft veroorzaakt.”
Het hof heeft verder in het tussenarrest enkele geschilpunten besproken.
- De vordering van [appellante] tot vergoeding van schade, op te maken bij staat. Het hof heeft “indien nodig, in een later stadium” een bewijsopdracht voor [appellante] in het vooruitzicht gesteld.
- De vordering van [appellante] tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het hof heeft het standpunt van [appellante] verworpen en geoordeeld dat grief 8 in principaal appel faalt.
- De beslissing van de rechtbank dat [geïntimeerde 2] hoofdelijk aansprakelijk is, als indirect bestuurder van PSS op grond van artikel 2:249 BW en artikel 2:11 BW, voor de schade die [appellante] lijdt als gevolg van de – inmiddels vaststaande – misleidende voorstelling van zaken in de Overnamebalans. Deze aansprakelijkheid staat vast in hoger beroep. Het hoger beroep is op dit punt niet beperkt tot zijn veroordeling om € 107.313,00 aan [appellante] te betalen.
6 Het nadere procesverloop
Het nadere procesverloop blijkt uit:
- de akte van [geïntimeerden] van 9 juni 2020, met producties;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 9 februari 2021;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 23 februari 2021;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 9 maart 2021, met producties van mr. De Gelder (2 maart 2021);
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 5 juli 2021, met producties van mr. Kampschreur;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 6 juli 2021;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 20 juli 2021;
- de memorie na enquête van 21 september 2021 aan de zijde van [geïntimeerden] , met producties;
- de memorie na enquête van 23 november 2021 aan de zijde van [appellante] , met producties;
- de akte van [geïntimeerden] van 25 januari 2022.
Het hof heeft de datum voor het arrest bepaald.
[geïntimeerden] heeft als getuigen voorgebracht:
[persoon A] (curator PSS)
[persoon B] (oud administratief medewerker PSS)
[persoon C] (oud medewerker PSS)
[persoon D] (directeur licentienemer [geïntimeerde 1] Brabant en Schelde-Delta)
[persoon E] (directeur [geïntimeerde 1] )
[geïntimeerde 2] (directeur [Hekwerk] ).
[appellante] heeft in contra-enquête als getuigen voorgebracht:
[persoon G] (oud directeur Eurobarrier en PSS)
[persoon H] (accountant)
[persoon I] (relatiebeheerder/assistent-accountant)
[persoon J] (fiscalist)
[persoon K] (oud aandeelhouder Eurobarrier en PSS).