Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2441, 200.288.266_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2441, 200.288.266_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 juli 2022
Datum publicatie
29 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:2441
Formele relaties
Zaaknummer
200.288.266_01

Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijksgemeenschap, waarde aandelen, pensioenvoorziening in eigen beheer, afstorten pensioenaanspraak.

Uitspraak

Team familie- en jeugdrecht

zaaknummer 200.288.266/01

arrest van 19 juli 2022

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als de man,

advocaat: mr. H.A. Stein te Breda,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als de vrouw,

advocaat: mr. A.J.M. van der Borst te Etten-Leur,

op het bij exploot van dagvaarding van 29 december 2020 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 26 oktober 2016, 14 juni 2017, 29 november 2017, 13 februari 2019, 24 april 2019 en 30 september 2020 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen de man als eiser in conventie, verweerder in reconventie en de vrouw als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

1 De zaak in het kort

Partijen waren gehuwd in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Deze zaak gaat over de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen, de onderlinge draagplicht voor de gemeenschappelijke schulden (in het bijzonder de waardering van aandelen) en de pensioenvoorziening,

2 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/291543 / HA ZA 14-900)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde tussenvonnissen en het eindvonnis van 30 september 2020.

3 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep;

-

het exploot van anticipatie van 8 januari 2021;

-

de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis en verzoek tot het bevelen van een comparitie van partijen met producties 74 tot en met 81;

-

de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel en houdende wijziging eis met producties 1 tot en met 3;

-

de brief van de advocaat van de man d.d. 2 augustus 2021;

-

de akte van depot van de man;

-

de akte van depot opgesteld door de griffier van het hof;

-

de akte wijziging/verduidelijking van eis in het principale appel van de man;

-

de memorie van antwoord in incidenteel appel van de man met producties 82 en 83;

-

de zittingsaantekeningen van de advocaten van partijen zoals tijdens de mondelinge behandeling van 16 maart 2022 voorgedragen.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

Tegen de vonnissen van 4 maart 2015, 26 oktober 2016, 29 november 2017, 13 februari 2019 en 24 april 2019 zijn geen grieven gericht zodat de man in zoverre in zijn hoger beroep niet ontvankelijk is.

4 De beoordeling

4 De uitspraak