Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2559, 200.309.213_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-07-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2559, 200.309.213_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 26 juli 2022
- Datum publicatie
- 4 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2559
- Zaaknummer
- 200.309.213_01
Inhoudsindicatie
ordemaatregel in kort geding procedure; verplichting om mee te werken aan de verkoop en levering van de echtelijke woning aan een derde; art. 3:300 BW eenvoudige gemeenschap en partiële verdeling; draagplicht woonlasten; informatie- en consultatieregeling met betrekking tot de minderjarige kinderen van partijen.
Uitspraak
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.309.213/01
arrest van 26 juli 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. R.G.J.M. Onderdonck te Eindhoven,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. C.F.M.L. van Beukering-Michielsen te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 6 april 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 9 maart 2022, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, in kort geding gewezen tussen de man als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en de vrouw als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.
1 De zaak in het kort
Partijen zijn voormalige echtgenoten. Het gaat in dit kort geding om:
-
de vraag of de man moet meewerken aan de verkoop en levering van de echtelijke woning aan een derde;
-
de draagplicht voor de woonlasten van die woning nadat de vrouw de woning heeft verlaten en
-
de informatie- en consultatieregeling over de minderjarige kinderen van partijen.
2 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/378723 / KG ZA 22-51)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
3 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep;
- -
-
het exploot van anticipatie van de vrouw;
- -
-
het verzoek om spoedappel met bijlagen van de vrouw;
- -
-
de memorie van grieven met producties 1 t/m 4;
- -
-
de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties 1 t/m 18;
- -
-
de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties 6 t/m 15;
- -
-
de bij brief van 22 juni 2022 door de vrouw toegezonden producties 19 t/m 31;
- -
-
de bij H12-formulier van 1 juli 2022 door de man toegezonden producties 16 t/m 18 en inventarisatiestaat;
- -
-
de bij H12-formulier van 5 juli 2022 door de vrouw toegezonden producties 32 t/m 35;
- -
-
de mondelinge behandeling, waarbij mr. Onderdonck een pleitnota heeft overgelegd.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft de man bezwaar gemaakt tegen toelating van de producties 32 t/m 35 omdat hij deze pas een dag voor de mondelinge behandeling heeft ontvangen. Het hof heeft het bezwaar verworpen vanwege de aard van de procedure (spoedappel in een kort geding) en omdat het gaat om stukken die bij de man reeds (in concept) bekend waren. Het hof heeft voor de man een leespauze van 20 minuten ingelast, die op verzoek van de man met tien minuten is verlengd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2022.
Verschenen zijn:
- de man, mede in zijn hoedanigheid van advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Beukering-Michielsen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.