Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-02-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:366, 200.304.491_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-02-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:366, 200.304.491_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 10 februari 2022
- Datum publicatie
- 22 februari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:366
- Zaaknummer
- 200.304.491_01
Inhoudsindicatie
Hoger beroep uitgesproken faillissementen besloten vennootschappen / Vordering aanvrager gebaseerd op kredietovereenkomsten en summierlijk aannemelijk / Bestaan steunvorderingen voldoende aannemelijk ten aanzien van twee vennootschappen / Toestand van te hebben opgehouden te betalen aanwezig / Geen misbruik van bevoegdheid / Zekerstellen van de faillissementskosten / Deels eindarrest (bekrachtiging) / deels tussenarrest
Uitspraak
Team Handelsrecht
Uitspraak : 10 februari 2022
Zaaknummer : 200.304.491/01
Zaaknummers EA : C/03/299241 / FT RK 21/518
: C/03/299245 / FT RK 21/519
: C/03/299248 / FT RK 21/520
Insolventienummers : [insolventienummer 1] ( [B.V. 1] B.V.)
: [insolventienummer 2] ( [B.V. 2] B.V.)
: [insolventienummer 3] ( [B.V. 3] B.V.)
in de zaak in hoger beroep van:
1 [B.V. 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [B.V. 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , en
3. [B.V. 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
hierna afzonderlijk te noemen: [B.V. 1] , [B.V. 2] en [B.V. 3] en gezamenlijk [B.V. 1] c.s.,
advocaat: mr. A.L. Stegeman te Heerlen,
tegen
Coöperatieve Rabobank U.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. drs. M.M.S. ter Beek-Ehren te Eindhoven.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de drie vonnissen van de rechtbank Limburg van 21 december 2021, waarbij [B.V. 1] c.s. in staat van faillissement is verklaard, met aanstelling van mr. P.M.C. Brouns tot curator (hierna: de curator).
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties (1 tot en met 8), ingekomen ter griffie op
27 december 2021, heeft [B.V. 1] c.s. verzocht voormelde vonnissen en daarmee het faillissement te vernietigen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 januari 2022. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de heer [betrokkene 1] (hierna: de heer [betrokkene 1] ) en mevrouw [betrokkene 2] (hierna: mevrouw [betrokkene 2] ) namens [B.V. 1] c.s., bijgestaan door mr. Stegeman en mr. C. Lückers;
- de heer [betrokkene 3] en de heer [betrokkene 4] namens de Rabobank, bijgestaan door mr. F.J. Laagland (kantoorgenoot van mr. drs. Ter Beek-Ehren) en
- de curator.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van
21 december 2021;
- de brief van 21 januari 2022 van mr. drs. Ter Beek-Ehren met bijgaand de producties 20 tot en met 45;
- het faillissementsverslag van 20 januari 2022, een opgaaf van de faillissementskosten en een reactie op het beroepschrift, ingekomen per brief van de curator van
21 januari 2022 en ingediend middels een V6-formulier;
- de aanvullende producties 9 tot en met 22, ingediend namens [B.V. 1] c.s. bij V6-formulier van 21 januari 2022;
- de aanvullende producties 24, 25 en 27 – producties 23 en 26 zijn door het hof geweigerd, zie hierna –, ingediend namens [B.V. 1] c.s. bij V6-formulier van 25 januari 2022 (om 17:14 uur, derhalve nadat de griffie was gesloten) en
- de op de mondelinge behandeling door [B.V. 1] c.s. en de Rabobank overgelegde en voorgelezen pleitnota en spreekaantekeningen – inclusief een luchtfoto van het perceel in [vestigingsplaats] aan de zijde van de Rabobank –.