Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-02-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:581, 200.295.637_01 en 200.295.638_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-02-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:581, 200.295.637_01 en 200.295.638_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 februari 2022
- Datum publicatie
- 18 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:581
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:307, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.295.637_01 en 200.295.638_01
Inhoudsindicatie
Huwelijksvermogensrecht; vernietiging partnerschapsvoorwaarden op grond van wilsgebreken?; partneralimentatie: grievend gedrag?; gebruiksvergoeding.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummers : 200.295.637/01 en 200.295.638/01
zaaknummers rechtbank : C/03/256799 / FA RK 18-4154 en C/03/269819 / FA RK 19-3677
beschikking van de meervoudige kamer van 24 februari 2022
inzake
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A.J. Robbers,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. R.M.H.H. Tuinstra.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg (Roermond) van 25 mei 2021, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 15 juni 2021 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikking van 25 mei 2021.
De man heeft op 14 juli 2021 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep tevens vermeerdering/aanvulling verzoek ingediend.
De vrouw heeft op 8 september 2021 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij het hof zijn verder de volgende stukken ingekomen:
- -
-
de brief van de advocaat van de man van 17 augustus 2021, waarbij hij zijn aanvullend verzoek tot toekenning van een schadevergoeding vanwege de vermissing van een schilderij heeft ingetrokken;
- -
-
de brief van de advocaat van de man van 24 november 2021 met producties 59 tot en met 63, tevens houdende een wijziging van het petitum;
- -
-
de brief van de advocaat van de vrouw van 26 november 2021 met productie 10 en bijlagen X tot en met XXXIV;
Het hof heeft tot slot nog kennis genomen van:
- -
-
een akte van depot van 14 juli 2021 waarmee aan de zijde van de man het door de vrouw geschreven boek ‘ [boek] ’ ter griffie is gedeponeerd;
- -
-
een akte van depot van 29 november 2021 waarmee aan de zijde van de vrouw drie USB-sticks met geluidsopnamen ter griffie zijn gedeponeerd.
De mondelinge behandeling heeft op 8 december 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. De advocaat van de man heeft ter mondelinge behandeling zittingsaantekeningen overgelegd.
Mr. Tuinstra heeft ter mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen overlegging van de bijlagen X tot en met XXXIV door mr. Robbers bij haar brief van 26 november 2021.
Hij heeft primair gesteld dat deze stukken buiten beschouwing moeten worden gelaten omdat deze niet binnen de tiendagentermijn zijn ingediend en sprake is van strijd met de goede procesorde. Subsidiair heeft mr. Tuinstra verzocht alleen de memo over de behoefte en de memo over de partnerschapsvoorwaarden buiten beschouwing te laten, omdat deze in strijd zijn met de twee-conclusieregel.
Het hof heeft, na een korte schorsing van de mondelinge behandeling, beslist dat op de als bijlage XV in het geding gebrachte memo over de partnerschapsvoorwaarden geen acht wordt geslagen. Het overleggen van deze memo wordt in strijd met de twee-conclusieregel geacht (van uitzonderingen op die regel is het hof niet gebleken) alsmede in strijd met de eisen van een goede procesorde. De overige bijlagen die door mr. Robbers bij haar brief van 26 november 2021 in het geding zijn gebracht, worden wel toegelaten gelet op de aard van de procedure (voor wat betreft de stukken die betrekking hebben op de alimentatie) en deze (voor wat betreft de overige stukken) grotendeels reeds op een eerder moment in de procedure zijn overgelegd en voorts eenvoudig van aard en kort te doorgronden zijn.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:
a. Partijen zijn op 2 januari 2006 te [plaats] een geregistreerd partnerschap aangegaan. Daardoor is een wettelijke algehele gemeenschap van goederen ontstaan.
Partijen zijn vervolgens tijdens het geregistreerd partnerschap partnerschapsvoorwaarden aangegaan. Daartoe zijn gepasseerd op 6 oktober 2007 de akte partnerschapsvoorwaarden, inhoudende algehele uitsluiting, de akte partnerschapsvoorwaarden, inhoudende vaststelling van een beperkte gemeenschap van goederen en de akte van verdeling en op 12 november 2007 de akte houdende partnerschapsvoorwaarden.
De akte partnerschapsvoorwaarden van 6 oktober 2007, inhoudende algehele uitsluiting, houdt onder meer het volgende in:
“(...)
Overwegingen vooraf
De comparanten verklaren:
dat zij op twee januari tweeduizend en zes in de gemeente [gemeente] met elkaar een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan;
dat zij vooraf geen partnerschapsvoorwaarden zijn aangegaan en dus op hen de wettelijke gemeenschap van goederen van toepassing is;
dat het intreden van deze wettelijke gemeenschap door hen niet is gewild en het gevolg is van een misverstand;
dat zij het misverstand thans wensen te corrigeren door alsnog partnerschapsvoorwaarden aan te gaan.
(...)
Partnerschapsvoorwaarden
De partnerschapsvoorwaarden luiden als volgt:
1. Uitsluiting van gemeenschap van goederen
Tussen de partners zal geen gemeenschap van goederen in huwelijksvermogensrechtelijke zin bestaan.
(...)
Verdeling
De comparanten verklaren voor de verdeling van de gemeenschap van goederen die door het aangaan van deze partnerschapsvoorwaarden wordt ontbonden, te verwijzen naar een aan deze akte gehecht stuk (bijlage 3). Ten overvloede wordt geconstateerd dat de verdeling ertoe leidt het in de aanhef van de akte vermelde misverstand consequent te corrigeren.
(...)”
De akte partnerschapsvoorwaarden van 6 oktober 2007, inhoudende vaststelling van een beperkte gemeenschap van goederen, houdt onder meer het volgende in:
“(...)
Overwegingen vooraf
De comparanten verklaren:
dat zij op twee januari tweeduizend en zes in de gemeente [gemeente] met elkaar een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan;
dat zij vooraf geen partnerschapsvoorwaarden zijn aangegaan en dus op hen de wettelijke gemeenschap van goederen van toepassing is;
dat het intreden van deze wettelijke gemeenschap door hen niet is gewild en het gevolg is van een misverstand;
dat zij het misverstand thans wensen te corrigeren door alsnog partnerschapsvoorwaarden aan te gaan.
(...)
Partnerschapsvoorwaarden
1. Beperkte gemeenschap van goederen
Tussen de partners zal geen gemeenschap van goederen in huwelijksvermogensrechtelijke zin bestaan, behoudens het in lid 2 bepaalde.
Tussen de partners bestaat een beperkte gemeenschap in huwelijksvermogensrechtelijke zin betreffende de woning met grond en toebehoren [adres 1] [woonplaats] en de zich daarin bevindende inboedel, schulden ingevolge geldlening ten bedrage van (gezamenlijk) in totaal € 508.842,00 (vijfhonderd en acht duizend euro) aan Rabobank en [bedrijf] alsmede de Renault Mégane en de auto die daarvoor te eniger tijd in de plaats treedt.
(...)”
De akte van verdeling van 6 oktober 2007, houdt onder meer het volgende in:
“(...)
Regime geregistreerd partnerschap
Partijen hebben voor het aangaan van het geregistreerd partnerschap door een misverstand geen partnerschapsvoorwaarden gemaakt waardoor de wettelijke huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen ontstond.
Partnerschapsvoorwaarden
Partijen hebben partnerschapsvoorwaarden gemaakt, bij akte vandaag voor mij, notaris, verleden na daartoe de goedkeuring te hebben verkregen van de arrondissementsrechtbank te Roermond bij beschikking de data negentien september tweeduizend zeven waarbij de tussen hen bestaande wettelijke gemeenschap van goederen (deels) werd ontbonden.
(...)
Overeenkomst van verdeling en levering
Partijen zijn overeengekomen de ontbonden gemeenschap van geregistreerd partnerschap te verdelen, op zodanige wijze dat de vermogensrechtelijke situatie van voor hun geregistreerd partnerschap wordt hersteld.
(...)”
De akte partnerschapsvoorwaarden van 12 november 2007, houdt onder meer het volgende in:
“(...)
Overwegingen vooraf
De comparanten verklaren:
dat zij op twee januari tweeduizend en zes in de gemeente [plaats] met elkaar een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan;
dat zij vooraf geen partnerschapsvoorwaarden zijn aangegaan en dus op hen de wettelijke gemeenschap van goederen van toepassing is;
dat het intreden van deze wettelijke gemeenschap door hen niet is gewild en het gevolg is van een misverstand;
dat dit misverstand is gecorrigeerd bij akte verleden voor prof. mr. [notaris 1] , als plaatsvervanger van mr. [notaris 2] , notaris te [plaats] , op zes oktober tweeduizend en zeven door invoering van volledige uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen;
dat het echter de wens van partijen was een beperkte gemeenschap van goederen tot stand te brengen, zoals hierna aangeduid, maar zulks vanwege de belastingdienst om formele redenen niet tevens door middel van voormelde akte gerealiseerd kon worden;
dat om die reden twee ontwerpakten tegelijkertijd ter goedkeuring werden aangeboden aan het rechtbank te Roermond met het doel deze kort na elkaar te verlijden;
dat ter uitvoering van dit voornemen ook de akte waarbij de beperkte gemeenschap werd gecreëerd, voor mij als plaatsvervanger werd verleden op zes oktober tweeduizend zeven;
dat nadien is gebleken dat door een misverstand ter griffie van de rechtbank op het ontwerp van de tweede akte de rechterlijke goedkeuring ontbrak;
dat overigens ook de tekst van het ontwerp van de tweede akte niet geheel juist was aangezien de overwegingen buiten de eigenlijke partnerschapsvoorwaarden bij vergissing dezelfde waren als in de eerste akte opgenomen;
dat het gemis van de goedkeuring nietigheid tot gevolg heeft en het derhalve geraden is alsnog een twee akte, houdende bedoelde beperkte gemeenschap van goederen, te verlijden maar dan voorzien van de goedkeuring en de juiste context.
(...)
Partnerschapsvoorwaarden
De partnerschapsvoorwaarden luiden in hun geheel als volgt:
1. Beperkte gemeenschap van goederen
Tussen de partners zal geen gemeenschap van goederen in huwelijksvermogensrechtelijke zin bestaan, behoudens het in lid 2 bepaalde.
Tussen de partners bestaat een beperkte gemeenschap in huwelijksvermogensrechtelijke zin betreffende de woning met grond en toebehoren [adres 1] [woonplaats] en de zich daarin bevindende inboedel, schulden ingevolge geldlening ten bedrage van (gezamenlijk) in totaal € 508.842,00 (vijfhonderd en acht duizend euro) aan Rabobank en [bedrijf] alsmede de Renault Mégane en de auto die daarvoor te eniger tijd in de plaats treedt.
(...)
7. Afrekening bij het einde van het geregistreerd partnerschap
Ingeval het geregistreerd partnerschap eindigt door scheiding verblijft de gemeenschappelijke woning met toebehoren aan de man onder verplichting de schulden als onder 1.2 bedoeld voor zijn rekening te nemen en aan de vrouw uit te keren de helft van het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van de zaak (vrij van bewoning) en het bedrag van bedoelde schulden.
(...)”
c) Op 5 november 2018 heeft de vrouw een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap ingediend bij de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond. Bij beschikking van 17 oktober 2019 is daarop de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uitgesproken. Deze beschikking is op 27 januari 2020 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.