Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-01-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:242, 200.313.676_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-01-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:242, 200.313.676_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26 januari 2023
Datum publicatie
14 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:242
Zaaknummer
200.313.676_01

Inhoudsindicatie

Personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht, vergoedingsrecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

zaaknummer : 200.313.676/01

zaaknummer rechtbank : C/03/281625 en C/03/282580

beschikking van de meervoudige kamer van 26 januari 2023 (bij vervroeging)

inzake

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. R.F. Cohen,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats] (Nigeria),

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. W.G.A. van Hoogstraten.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de (eind)beschikking van de rechtbank Limburg (Maastricht) van 13 mei 2022 en de daaraan voorafgegane (tussen)beschikking van 3 december 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

De vrouw is op 25 juli 2022 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikkingen van 3 december 2021 en 13 mei 2022.

2.2.

De man heeft op 3 oktober 2022 een verweerschrift ingediend.

2.3.

De procedure is op de griffie van het hof geadministreerd onder zaaknummers 200.313.676/01 (de hoofdzaak) en 200.313.676/02 (de schorsingszaak). Deze beschikking betreft uitsluitend de hoofdzaak.

2.4.

De mondelinge behandeling in de hoofdzaak (alsook in het incident) heeft op 14 december 2022 plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

-

de vrouw, bijgestaan door mr. Cohen;

-

mr. Van Hoogstraten namens de man.

2.4.1.

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

3 De feiten

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:

a. partijen zijn op 8 februari 2019 te [plaats] met elkaar gehuwd op huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden houden onder meer het volgende in:

“[..] Uitsluiting

Artikel 1

De echtgenoten sluiten elke gemeenschap van goederen uit.

[..]

Vergoedingsrechten

Artikel 4

1. Een echtgenoot heeft een vergoedingsrecht jegens de andere echtgenoot indien een bedrag of waarde ten behoeve van die andere echtgenoot aan zijn vermogen is onttrokken. De vergoeding is gelijk aan het bedrag of de waarde ten tijde van de onttrekking; ongeacht waarvoor het onttrokken bedrag of de onttrokken waarde is aangewend.

2. Een vergoedingsrecht is direct opeisbaar, tenzij redelijkheid en billijkheid zich tegen die opeisbaarheid verzetten.

3. Over een vergoedingsrecht is rente verschuldigd, nadat het bedrag in rechte is gevorderd, in welk geval vanaf het tijdstip dat een echtgenoot in gebreke is met de voldoening daarvan de wettelijke rente is verschuldigd.

4. De echtgenoten kannen bij schriftelijke overeenkomst van het in de voorgaande leden bepaalde afwijken.

5. Een vergoedingsrecht ontstaat niet, indien sprake is van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis of indien een bedrag of waarde op grond van een overeenkomst aan de andere echtgenoot ter beschikking wordt gesteld.

[..]

Kosten van de huishouding

Artikel 7

1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door de echtgenoten gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen. Zijn de inkomens onvoldoende, dan worden de kosten gedragen naar evenredigheid van ieders vermogen. Een en ander geldt niet voorzover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.

2. Onder kosten van de huishouding zijn in ieder geval begrepen de kosten van verzorging en opvoeding van de tot het gezin behorende kinderen, de premies voor de gebruikelijke verzekeringen, de kosten van vakanties, de huurprijs van de echtelijke woning en rente van geldleningen die verband houden met de aanschaf van de echtelijke woning en de vakantiewoning.

3. Indien echtgenoten in onderling overleg niet samenwonen, draagt ieder de kosten van het eigen huishouden, daaronder begrepen de kosten die verband houden met de huisvesting.

4. De echtgenoot die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan hij op grond van het bepaalde in dit artikel zou moeten dragen, kan dit meerdere van de andere echtgenoot terugvorderen, mits hij die vordering instelt binnen een jaar na afloop van het desbetreffende kalenderjaar.

5. Indien de vordering overeenkomstig lid 4 is ingesteld, moet deze direct worden voldaan, tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.

[..]

Rechtskeuze

Artikel 11

De verschenen personen verklaarden dat de vermogensrechtelijke gevolgen van hun huwelijk zullen worden beheerst door het Nederlands recht.”

op 20 augustus 2020 heeft de vrouw het verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Limburg (Maastricht). Daarop is bij beschikking van 3 december 2021 de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 25 maart 2022 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing