Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-09-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2975, 200.305.753_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-09-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2975, 200.305.753_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 september 2023
- Datum publicatie
- 25 september 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2975
- Zaaknummer
- 200.305.753_01
Inhoudsindicatie
personen- en familierecht; mag de vrouw de vordering die de man op haar heeft uit hoofde van geldlening verrekenen met haar tegenvordering wegens niet betaalde partneralimentatie?
Uitspraak
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.305.753/01
arrest van 19 september 2023
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. W.H.F.L. Rademakers te Dongen,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. M.J.E.M. Edelmann te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 21 januari 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 27 oktober 2021, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen de vrouw als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en de man als eiser in conventie, verweerder in reconventie.
1 Inleiding
De man heeft een vordering op de vrouw uit hoofde van geldlening. Kan de vrouw deze vordering verrekenen met een tegenvordering wegens niet betaalde partneralimentatie?
2 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/366552 / HA ZA 19-767)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
3 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 1.1 tot en met 1.8;
- -
-
de memorie van antwoord;
- -
-
de mondelinge behandeling, waarbij de advocaat van de vrouw spreekaantekeningen heeft overgelegd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 november 2022. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.