Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3257, 200.306.212_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3257, 200.306.212_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2023
- Datum publicatie
- 8 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3257
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:751
- Zaaknummer
- 200.306.212_01
Inhoudsindicatie
partneralimentatie, hofnorm, inkomen uit verhuur
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer : 200.306.212/01
zaaknummer rechtbank : C/01/354545 / FA RK 20-90
beschikking van de meervoudige kamer van 5 oktober 2023
inzake
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in principaal hoger beroep,
verweerder in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. J.P.M. Mol te Son en Breugel,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in principaal hoger beroep,
verzoekster in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M. van Vliet te Hengelo.
Deze zaak gaat over partneralimentatie.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 5 november 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De man is op 4 februari 2022 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 5 november 2021.
De vrouw heeft op 2 mei 2022 een verweerschrift in het principaal hoger beroep ingediend. Daarnaast heeft de vrouw incidenteel hoger beroep ingesteld.
De man heeft op 28 juni 2022 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- -
-
het V6-formulier en de brief van de advocaat van de man van 3 april 2023 met de ordner betreffende het jaar 2022 alsmede producties 15 tot en met 17;
- -
-
het V6-formulier en de brief van de advocaat van de man van 3 april 2023 met producties A tot en met D;
- -
-
de aanvulling op productie C behorende bij de brief van 3 april 2023 van de advocaat van de man, ingekomen op 11 april 2023;
- -
-
producties HB18 tot en met HB26, overgelegd door de advocaat van de man op 11 april 2023;
- -
-
het V8-formulier van de advocaat van de man van 12 april 2023;
- -
-
het V8-formulier van de advocaat van de vrouw van 13 april 2023.
- -
-
het V8-formulier van de advocaat van de advocaat van de man van 14 april 2023;
- -
-
de brief van de advocaat van de man van 14 april 2023 met producties HB26 tot en met HB30;
- -
-
de brief van de advocaat van de man van 17 april 2023 met producties HB31 tot en met HB33;
- -
-
de brief van de advocaat van de man van 17 april 2023;
- -
-
de brief van de advocaat van de vrouw van 17 april 2023 met producties 15 tot en met 18;
- -
-
de brief van de advocaat van de vrouw van 17 april 2023 met producties 19 tot en met 22;
- -
-
het V8-formulier van de advocaat van de man van 19 april 2023.
De mondelinge behandeling heeft op 26 april 2023 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. De advocaten van de man en de vrouw hebben ter zitting pleitnotities overgelegd. Met partijen is afgesproken dat de hiervoor opgesomde stukken in de alimentatieprocedure tevens in de procedures bij dit hof (met de zaaknummers 200.317.561/01 en 200.317.874/01) over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden van partijen kunnen worden meegenomen.
Bij beschikking van 12 mei 2022 heeft het hof onder zaaknummer 200.306.212/02 het verzoek van de man tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking van 5 november 2021 afgewezen.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
Partijen zijn op 28 december 1970 gehuwd na het sluiten van huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden zijn staande het huwelijk bij akte van 15 april 2014 gewijzigd.
Partijen zijn in de eerste helft van 2016 gescheiden van elkaar gaan wonen.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank onder meer de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
De echtscheidingsbeschikking is op 31 maart 2022 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.