Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-04-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1206, 22/01168
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-04-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1206, 22/01168
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 10 april 2024
- Datum publicatie
- 24 april 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1206
- Zaaknummer
- 22/01168
- Relevante informatie
- Waterschapswet [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-01-2026] art. 131
Inhoudsindicatie
Watersysteemheffing. Het hof is van oordeel dat artikel 131 Waterschapswet niet is geschonden, omdat de WOZ-beschikking voor belanghebbende vaststond. Het hof oordeelt daarnaast aan de hand van het ‘stappenplan’ van de Hoge Raad of er sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof inzicht gegeven in de raming en de methodiek van de verdeling van de overheadkosten. Belanghebbende heeft de gehanteerde verdeelsleutel niet gemotiveerd in twijfel getrokken. Het hoger beroep is derhalve ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 22/01168
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 19 april 2022, nummer SHE 20/3375, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van het waterschap de Dommel,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor de onroerende zaak [adres] in [plaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het jaar 2020 de aanslag watersysteemheffing gebouwd opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 29 februari 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.
2 Feiten
Belanghebbende was op 1 januari 2020 eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is in gebruik bij [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ).
De heffingsambtenaar heeft op 30 juni 2020 aan belanghebbende de aanslag watersysteemheffing gebouwd 2020 (de aanslag) opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld.
[bedrijf] heeft op 30 april 2020 een WOZ-beschikking (gebruiker) 2020 ontvangen voor de onroerende zaak. [bedrijf] heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is met de uitspraak op bezwaar van 10 december 2020 ongegrond verklaard. [bedrijf] heeft tegen deze uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Dat beroep heeft de rechtbank bij uitspraak van 3 maart 20221 ongegrond verklaard. Het hof heeft bij uitspraak van 6 september 20232 het door [bedrijf] ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard Tegen de uitspraak van het hof heeft [bedrijf] cassatie ingesteld.
De heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven heeft eveneens met dagtekening 30 april 2020 een WOZ-beschikking (eigendom) 2020 (nummer [nummer] ) aan belanghebbende gegeven voor de onroerende zaak. Belanghebbende heeft verklaard niet tegen deze beschikking in bezwaar te zijn gegaan.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
I. Is de uitspraak op bezwaar in strijd met artikel 131 Waterschapswet?
II. Is er sprake van een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar en in de uitspraak van de rechtbank?
III. Is er sprake van een overschrijding van de opbrengstlimiet?
Tussen partijen is niet in geschil dat de grondslag van de aanslag en de daarmee samenhangende betalingsverplichtingen, met inachtneming van de Verordening watersysteemheffing Waterschap De Dommel 2020, juist zijn.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en terugwijzing naar de heffingsambtenaar, dan wel vernietiging van de aanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.