Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 01-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2484, 200.339.394_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 01-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2484, 200.339.394_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
1 augustus 2024
Datum publicatie
18 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2484
Zaaknummer
200.339.394_01
Relevante informatie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 01-07-2025 tot 01-01-2026] art. 474g

Inhoudsindicatie

Art. 474g Rv. Verzoek om toestemming voor verkoop van aandelen vanwege vordering tot betaling van boetes wegens overtreding geheimhoudingsbeding in proces-verbaal van schikking. Proces-verbaal van schikking levert geen executoriale titel voor de boetes op. Afwijzing verzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

Uitspraak : 1 augustus 2024

Zaaknummer : 200.339.394/01

Zaak-/rekestnummer eerste aanleg : C/01/387054 / EX RK 22-155

in de zaak in hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[appellante 1] B.V.

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[appellante 2] B.V.,

beide gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten,

hierna te noemen: [appellante 1] en [appellante 2] , gezamenlijk: [appellante 1] c.s.,

advocaat: mr. M. van den Berg te Eindhoven,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder] ,

advocaat: mr. J. Hellendoorn te Veldhoven,

belanghebbende:

[Beheer] Beheer B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [Beheer] ,

advocaat: mr. J. Hellendoorn te Veldhoven.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 27 december 2023.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 26 maart 2024;

-

het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 3 juni 2024;

- de oproeping van de beslagleggende gerechtsdeurwaarder;

- de op 19 juni 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:

- mr. Van den Berg namens [appellante 1] c.s.;

- [verweerder] , bijgestaan door mr. Hellendoorn.

2.2.

Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het geschil gaat – kort weergegeven – om het volgende.

3.1.1.

[appellante 1] is het moederbedrijf van onder meer [appellante 2] . De groep houdt zich bezig met

de ontwikkeling, bouw, verkoop en verhuur van tijdelijke personen- en goederenliften voor

met name hoogbouwprojecten.

3.1.2.

Tot 1 juli 2019 was 50% van de aandelen van [appellante 1] in handen van [Beheer] .

[Beheer] is de holding van [verweerder] , die enig bestuurder en aandeelhouder van deze

vennootschap is. De andere 50% van de aandelen van [appellante 1] was in handen van [B.V. 1]

B.V. (hierna: [B.V. 1] ). [B.V. 1] is de holding van dhr. [schoonzoon] (hierna: [schoonzoon] ), een schoonzoon van [verweerder] . Zowel [Beheer] als [B.V. 1] had een rekening-courantverhouding met [appellante 1] .

3.1.3.

Omdat de persoonlijke en professionele relatie tussen [verweerder] en [schoonzoon]

verslechterde, is in het voorjaar van 2019 afgesproken dat [verweerder] zijn schoonzoon voor

€ 3.250.000,00 zou uitkopen (“shoot out”). Omdat [Beheer] dit geld niet beschikbaar had, heeft [Beheer] de van [B.V. 1] overgenomen aandelen [appellante 1] direct na aankoop (voor

dezelfde prijs) doorverkocht aan [B.V. 2] BV (hierna: [B.V. 2] ). Tussen [B.V. 2] en [Beheer] zijn daarnaast afspraken gemaakt over een geleidelijke overname door [B.V. 2] van de aandelen in [appellante 1] die [Beheer] na de “shoot out” zelf nog in handen had. Per 12 juli 2019 heeft [Beheer] een gedeelte van haar nog resterende eigen belang in [appellante 1] , corresponderend met 13,85% van het gehele

aandelenkapitaal, overgedragen aan [B.V. 2] , tegen een koopprijs van € 900.000,00.

3.1.4.

[B.V. 2] heeft voor de door haar aangekochte aandelen in [appellante 1] (een belang van

63,85%) in totaal € 4.150.000,00 betaald aan [Beheer] . [Beheer] heeft het gedeelte van de koopsom dat zag op de aandelen die zij had overgenomen van [B.V. 1] doorbetaald aan [B.V. 1] . De rest van de koopsom (€ 900.000,00) kwam ten goede aan [Beheer] zelf.

3.1.5.

In september/oktober 2019 is de [appellante 1] -groep in liquiditeitsproblemen geraakt. Op

16 oktober 2019 heeft [appellante 1] [Beheer] schriftelijk verzocht om bij te storten en om haar

rekening-courantschuld (per 1 oktober 2019 € 354.632,00) in te lossen, maar dat had geen

resultaat. Vervolgens heeft de financiële afdeling van [appellante 1] - die inzicht had in de

bankrekening van [Beheer] - de transacties op de rekening-courant van [Beheer]

bekeken. Daarbij bleek dat in de periode van 3 september tot en met 16 oktober 2019 in totaal € 715.000,00 van de rekening van [Beheer] was opgenomen en dat er nog maar weinig saldo over was.

3.1.6.

In november 2019 heeft [appellante 1] , met verlof van de voorzieningenrechter, diverse

conservatoire derdenbeslagen laten leggen onder bankinstellingen, zowel ten laste van [Beheer]

, als ten laste van [verweerder] in privé. Daarnaast heeft [appellante 1] in kort geding (onder meer)

betaling gevorderd van de openstaande rekening-courantschuld van [Beheer] . Ter zitting

van de kortgedingrechter, op 4 februari 2020, hebben partijen een schikking getroffen (hierna: de VSO). Blijkens het proces-verbaal van die schikking zijn partijen ( [appellante 1] c.s., [Beheer] en [verweerder] ) daarbij onder meer het volgende overeengekomen:

  1. [B.V. 2] B. V. zal de resterende aandelen van [Beheer] in [appellante 1] (ca. 37,5%) overnemen uiterlijk voor eind februari 2020. In afwijking van het in de koopovereenkomst bepaalde zal de te betalen koopsom € 1.000.000,00 bedragen, te betalen gelijktijdig met het passeren van de notariële akte. Terzake deze levering zullen uitsluitend de gebruikelijke titelgaranties gelden. De overdracht zal plaatsvinden ten overstaan van een notaris verbonden aan het kantoor [kantoor] te [kantoorplaats] ; de kosten van overdracht komen voor rekening van [B.V. 2] ,

  2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 9 en 11 van de koopovereenkomst van 1 juli 2019 aanvaardt partij [verweerder] , een geheimhoudingsverplichting, inhoudende dat hij zich jegens zakelijke derden zal onthouden van uitlatingen omtrent al hetgeen verband houdt met [appellante 2] en/of [appellante 1] dan wel tot de [appellante 1] -groep behorende vennootschappen als gedefinieerd in de koopovereenkomst van 21 juli 2019. Bij overtreding zal partij [verweerder] een boete verschuldigd zijn van

€ 100.000,00 per overtreding.

3. Partij [verweerder] (...) zal de rekening-courantschuld van [Beheer] bij [appellante 1] ten bedrage van € 354.453,00 aanzuiveren door betaling van dit bedrag op het hem bekende rekeningnummer van [appellante 1] . Na ontvangst van deze betaling zal partij [partij] binnen 24 uur bericht geven aan de bank dat het namens [appellante 1] gelegde beslag als opgeheven kan worden beschouwd.

4. Artikel 8 van de koopovereenkomst van 1 juli 2019 komt te vervallen.

5. Voor zover partij [verweerder] nog over documenten beschikt van [appellante 1] en/of [appellante 2] , zal hij deze ter beschikking stellen van de directie van [appellante 1] .

6. (...)

3.1.7.

Partijen hebben over en weer uitvoering gegeven aan de op 4 februari 2020 gemaakte

financiële afspraken (de onderdelen 1 en 3). Eind februari 2020 heeft [Beheer] de

resterende aandelen in [appellante 1] geleverd aan [B.V. 2] . [B.V. 2] heeft de in de VSO afgesproken

koopprijs aan [Beheer] voldaan.

3.1.8.

Op 10 maart 2020 hebben [appellante 1] c.s. de grosse van het proces-verbaal van

de zitting van 4 februari 2020 doen betekenen aan [verweerder] , in verband met een (vermeende)

overtreding door [verweerder] van de onder 2 van de VSO opgenomen geheimhoudingsplicht. In dat

exploot is tevens bevel gedaan aan [verweerder] tot betaling van een boete van € 100.000,- vanwege:

“de overtreding (...) dat [verweerder] op of omstreeks 4 maart 2020 per telefoon contact opgenomen

heeft met de heer [voormalig vice president] , voormalig Vice president Motorized Access bij

[bedrijf] , een belangrijke klant van [appellante 2] . Tijdens dit gesprek heeft [verweerder] de heer

[voormalig vice president] bericht dat [verweerder] op korte termijn voor [appellante 2] zeer schadelijke informatie

zou onthullen.”

3.1.9.

Bij exploot van 3 oktober 2022 hebben [appellante 1] c.s. nogmaals aanspraak

gemaakt op de eerste en daarnaast op nog een tweede boete van € 100.000,- (in totaal vorderen zij dan € 200.197,94 aan verbeurde boetes en kosten). De tweede boete zou zijn verbeurd vanwege:

"het informeren van [appellante 2] contactpersoon bij haar klant [B.V. 3]

B. V. over het door de heer [verweerder] vermeende feit dat producten van [appellante 2] niet aan de

daarvoor van overheidswege gestelde regels zouden voldoen. Zie bijgaande brief van de

heer [bedrijfsdirecteur] , bedrijfsdirecteur van [B.V. 3] B. V. van 31 augustus

2022."

3.1.10.

Op 3 oktober 2022 hebben verzoekers executoriaal beslag doen leggen op de

aandelen van [verweerder] in [Beheer] . De deurwaarder heeft de beslagstukken die dag in

het gerechtsgebouw in Eindhoven in persoon aan [verweerder] betekend.

3.1.11.

[verweerder] heeft aan de beslagleggende deurwaarder geen schriftelijke mededeling gedaan

over eventuele vóór 3 oktober 2022 gevestigde rechten op de aandelen in [Beheer] .

[Beheer] heeft, ondanks sommatie daartoe, ook geen aandeelhoudersregister aan de

deurwaarder verstrekt, zodat de deurwaarder in dat register geen aantekening heeft kunnen

doen van de datum en het tijdstip van het beslag.

3.1.12.

Bij e-mail van 16 januari 2023 heeft [verweerder] de staking van de executie gevorderd.

3.1.13.

Bij brief van 2 februari 2023 hebben [verweerder] en [Beheer] de vaststellingsovereenkomst van 4 februari 2020 buitengerechtelijk vernietigd op grond van misbruik van omstandigheden.

3.1.14.

Na de “voorlopige jaarrekening” over het boekjaar 2018 heeft (het bestuur van) [Beheer]

geen jaarstukken meer gepubliceerd in het handelsregister bij de Kamer van

Koophandel.

3.1.15.

Bij dagvaarding van 23 februari 2023 heeft [verweerder] verzoekers gedagvaard voor de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch in een

procedure die strekt tot het staken en gestaakt houden van de executie van de VSO. [verweerder] heeft daarbij onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat er geen sprake is van overtredingen door [verweerder] van de VSO en dat er geen boetes zijn verbeurd. [appellante 1] c.s. hebben in die procedure een vordering in reconventie ingesteld.

4 Procedure bij de rechtbank

5 De beoordeling in hoger beroep

6 De slotsom

7 De beslissing