Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-02-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:663, 200.318.913_01 en 200.318.914_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-02-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:663, 200.318.913_01 en 200.318.914_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 februari 2024
Datum publicatie
26 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:663
Formele relaties
Zaaknummer
200.318.913_01 en 200.318.914_01

Inhoudsindicatie

Personen – en familierecht, hoofdverblijf; vervangende toestemming verhuizing, zorgregeling, kinderalimentatie, vermogensrechtelijk afwikkeling huwelijk

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

zaaknummers : 200.318.913/01 en 200.318.914/01

zaaknummers rechtbank : C/02/388799 / FA RK 21-3871 en

C/02/395928 / FA RK 22-1315

beschikking van de meervoudige kamer van 29 februari 2024

inzake

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in het principaal hoger beroep,

verweerster in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M.M.H.B. Stoffels te Zevenbergen,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in het principaal hoger beroep,

verzoeker in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. R.E. Teusink te Roosendaal.

Als informant is aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

gevestigd te [vestigingsplaats]

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

In zijn hoedanigheid als omschreven in art. 810 Rv is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost-Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad.

1 De zaak in het kort

In aanloop naar de echtscheiding tussen partijen is de vrouw met de kinderen van partijen ingetrokken bij haar ouders in [woonplaats vrouw] . De rechtbank heeft haar verzoek om aan haar vervangende toestemming te verlenen om samen met de kinderen te verhuizen naar de gemeente [woonplaats vrouw] afgewezen. Desondanks heeft de vrouw een huurwoning betrokken in [woonplaats vrouw] . Zij wil daar samen met de kinderen blijven. De man wil dat het hoofdverblijf van de kinderen bij hem wordt bepaald en anders dat de vrouw met de kinderen terugverhuist naar een plaats gelegen binnen een straal van maximaal tien kilometer van zijn woonadres.

Partijen zijn het verder niet eens over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling), de kinderalimentatie en de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk.

2 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant ( Breda ) van 18 augustus 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

3 Het geding in hoger beroep

3.1.

De vrouw is op 16 november 2022 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking.

In vervolg daarop zijn ingediend:

van de zijde van de man:

-

op 14 december 2022 een ‘verweerschrift tevens houdende incidenteel appel en aanvullende vordering’ met producties 1 tot en met 9;

-

op 21 december 2022 een ‘aanvullend verzoek in het incidenteel appel’ met producties 10 tot en met 15;

van de zijde van de vrouw:

-

op 23 januari 2023 een ‘verweerschrift tegen incidenteel appel en aanvulling vordering’ met producties 21 tot en met 30;

-

op 17 mei 2023 een ‘verweerschrift op aanvullend verzoek tevens aanvulling van zelfstandig verzoek’ met producties 1 tot en met 12;

van de zijde van de man:

- op 7 juni 2023 een ‘verweerschrift op de aanvulling van het zelfstandig verzoek namens de vrouw’ met producties 1 en 2;

van de zijde van de vrouw:

- op 30 november 2023 een ‘akte wijziging eis’ met producties 31 tot en met 37.

3.2.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de man:

- een journaalbericht van 15 december 2023 met producties 1 tot en met 13;

- een journaalbericht van 9 januari 2024 met productie;

van de zijde van de vrouw:

- een journaalbericht van 3 januari 2024 met producties 38 tot en met 47;

- een journaalbericht van 16 januari 2024 met productie 48.

3.3.

De procedure in hoger beroep betreffende de vervangende toestemming, het hoofdverblijf, de zorgregeling en de kinderalimentatie is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.318.913/01. De procedure in hoger beroep betreffende de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.318.914/01.

3.4.

De mondelinge behandeling heeft op 17 januari 2024 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Verder waren aanwezig:

- mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad en

- mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.

4 De feiten

5 De omvang van het geschil

6 De motivering van de beslissing

7 De slotsom

8 De beslissing