Home

Hoge Raad, 14-11-2003, AM2311, C02/172HR

Hoge Raad, 14-11-2003, AM2311, C02/172HR

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 november 2003
Datum publicatie
14 november 2003
ECLI
ECLI:NL:HR:2003:AM2311
Formele relaties
Zaaknummer
C02/172HR
Relevante informatie
Wet op de rechterlijke organisatie [Tekst geldig vanaf 01-07-2023] art. 81, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-01-2026] art. 177

Inhoudsindicatie

14 november 2003 Eerste Kamer Nr. C02/172HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], thans wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n Mr. Johannes Gerrit VAN HARTINGSVELD, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], wonende te Haren, VERWEERDER in cassatie, voorwaardelijk incidenteel eiser, advocaat: mr. M. Ynzonides. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

14 november 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/172HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], thans wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

Mr. Johannes Gerrit VAN HARTINGSVELD, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],

wonende te Haren, VERWEERDER in cassatie, voorwaardelijk incidenteel eiser,

advocaat: mr. M. Ynzonides.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploot van 27 oktober 1995 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de curator te voldoen een bedrag van DM 2.000.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure, waaronder mede begrepen de kosten van het ten laste van [eiseres] op 13 oktober 1995 gelegde conservatoire beslag op het woonhuis c.a. gelegen aan de [adres] te [plaats].

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 7 maart 1997 de vordering van de curator toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij tussenarrest van 15 december 1999 heeft het hof onder aanhouding van iedere verdere beslissing [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag of, en zo ja hoe, zij tegenbewijs wenste leveren en bij tussenarrest van 24 mei 2000 onder aanhouding van iedere verdere beslissing in het principaal appel [eiseres] toegelaten tegenbewijs te leveren. Na enquête heeft het hof bij eindarrest van 9 mei 2001 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

De arresten van het hof van 15 december 1999, 24 mei 2000 en 9 mei 2001 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen voormelde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel beroep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de curator mede door mr. A.P. Groen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het principale beroep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 2 oktober 2003 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het middel in het voorwaardelijk incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 941,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 november 2003.