Home

Hoge Raad, 09-07-2004, AP2834, C03/084HR

Hoge Raad, 09-07-2004, AP2834, C03/084HR

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2004
Datum publicatie
12 juli 2004
ECLI
ECLI:NL:HR:2004:AP2834
Formele relaties
Zaaknummer
C03/084HR
Relevante informatie
Wet op de rechterlijke organisatie [Tekst geldig vanaf 01-07-2023] art. 81

Inhoudsindicatie

9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/084HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. R.F. Thunnissen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

9 juli 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/084HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploot van 19 juni 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair: [verweerder] c.s. te machtigen op kosten van [eiser] de door hem in hun weiland gestorte verontreiniging ter plaatse van twee voormalige greppels te (doen) verwijderen en het weiland en het bij de woning behorend erf vervolgens weer in goede staat te brengen, met veroordeling van [eiser] om op vertoon van de desbetreffende factuur, het factuurbedrag aan [verweerder] c.s. te voldoen;

subsidiair: [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te vergoeden de kosten, gemoeid met het (doen) verwijderen van de verontreiniging en het weer in goede staat brengen van weiland en erf, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en [eiser] te veroordelen aan [verweerder] c.s. te vergoeden de kosten van het deskundigenonderzoek ten bedrage van ƒ 3.583,75 en die van graafwerkzaamheden ten bedrage van ƒ 572,40.

[Eiser] heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 augustus 2000 de zaak naar de rol verwezen opdat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de persoon en het aantal te benoemen deskundigen en de voor te leggen vragen en voor het overige iedere beslissing aangehouden.

Tegen dit tussenvonnis hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 2 oktober 2002 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de primaire vordering van [verweerder] c.s. toegewezen, [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] c.s. van een bedrag van € 1.885,98 (ƒ 4.156,15), en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.