Hoge Raad, 24-12-2004, AR4471, C03/275HR
Hoge Raad, 24-12-2004, AR4471, C03/275HR
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 december 2004
- Datum publicatie
- 24 december 2004
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AR4471
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AR4471
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9155
- Zaaknummer
- C03/275HR
- Relevante informatie
- Wet op de rechterlijke organisatie [Tekst geldig vanaf 01-07-2023] art. 81
Inhoudsindicatie
24 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/275HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], handelende onder de naam GRASGROEP VASTGOEDZORG, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.E. Gelpke, t e g e n DE GEMEENTE 's-HERTOGENBOSCH, gevestigd te 's-Hertogenbosch, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Uitspraak
24 december 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/275HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelende onder de naam GRASGROEP VASTGOEDZORG,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke,
t e g e n
DE GEMEENTE 's-HERTOGENBOSCH,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 10 juni 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Gemeente te veroordelen aan [eiser] te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de schade die is ontstaan door haar onrechtmatig handelen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 1996, dan wel vanaf 22 april 1998, dan wel vanaf het moment van uitbrengen van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
II. de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de incassokosten, en
III. de Gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding.
De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 april 2001 de Gemeente tot bewijslevering toegelaten.
Bij eindvonnis van 26 oktober 2001 heeft de rechtbank de Gemeente veroordeeld om aan [eiser] te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de schade die is ontstaan door haar ten processe bedoeld onrechtmatig handelen, op te maken bij staat, de Gemeente veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser], en dat vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 17 juni 2003 heeft het hof de bestreden vonnissen vernietigd en de vorderingen alsnog afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten in beide instanties.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De advocaat van [eiser] heeft gerepliceerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 november 2004 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 december 2004.