Home

Hoge Raad, 11-03-2005, AR7932, R04/052HR

Hoge Raad, 11-03-2005, AR7932, R04/052HR

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2005
Datum publicatie
11 maart 2005
ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AR7932
Formele relaties
Zaaknummer
R04/052HR
Relevante informatie
Wet op de rechterlijke organisatie [Tekst geldig vanaf 01-07-2023] art. 81, Wet op de rechterlijke organisatie [Tekst geldig vanaf 01-07-2023] art. 350

Inhoudsindicatie

11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/052HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

11 maart 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/052HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de rechtbank te Amsterdam bij vonnis van 10 september 2001 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aan zien van [verzoeker] uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Op 20 augustus 2003 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan, strekkende tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsanerings-regeling op grond van art. 350 lid 3, onder c en d, Faillissementswet (Fw).

De rechtbank heeft de voordracht behandeld op 7 oktober 2003, 7 januari 2004, 28 januari 2004 en 25 februari 2004 (pro forma).

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 maart 2004 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van [verzoeker] een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 9 april 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.