Hoge Raad, 14-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:3795, 12/05339
Hoge Raad, 14-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:3795, 12/05339
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2014
- Datum publicatie
- 29 maart 2023
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3795
- Zaaknummer
- 12/05339
Inhoudsindicatie
-
Uitspraak
14 oktober 2014
Strafkamer
nr. S 12/05339
SB/RP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 oktober 2012, nummer 23/003790-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het vijfde middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.