Home

Hoge Raad, 20-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:603, 14/00204

Hoge Raad, 20-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:603, 14/00204

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 januari 2015
Datum publicatie
29 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:603
Zaaknummer
14/00204

Inhoudsindicatie

-

Uitspraak

20 januari 2015

Strafkamer

nr. S 14/00204

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juni 2013, nummer 20/001540-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Nunnikhoven, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen jeugddetentie.

4 Slotsom

5 Beslissing