Home

Hoge Raad, 11-03-2016, ECLI:NL:HR:2016:393, 14/05653

Hoge Raad, 11-03-2016, ECLI:NL:HR:2016:393, 14/05653

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2016
Datum publicatie
11 maart 2016
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:393
Formele relaties
Zaaknummer
14/05653

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Toerekenbare niet-nakoming; verzuim; passeren bewijsaanbod; toepasselijkheid algemene voorwaarden.

Uitspraak

11 maart 2016

Eerste Kamer

14/05653

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. MKZ METAALBEWERKING V.O.F.,voorheen gevestigd te Zoetermeer,

2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],wonende te [woonplaats],

4. MKZ METAALBEWERKING B.V.,gevestigd te Zoetermeer,

EISERS tot cassatie,

advocaten: mr. A.H.H. Vermeulen en

mr. A.H. Vermeulen,

t e g e n

[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als MKZ en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de vonnissen in de zaak 282736/HA ZA 07-650 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 maart 2007, 4 juni 2008 en 15 februari 2012;

  2. het arrest in de zaak 200.127.635 van het gerechtshof Den Haag van 22 juli 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft MKZ beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door mr. M.M. Breugem.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot vernietiging van het bestreden arrest.

De advocaat van [verweerster] heeft bij brief van 4 januari 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing