Hoge Raad, 25-03-2016, ECLI:NL:HR:2016:508, 15/01156
Hoge Raad, 25-03-2016, ECLI:NL:HR:2016:508, 15/01156
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 maart 2016
- Datum publicatie
- 25 maart 2016
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:508
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1, Gevolgd
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:492, Bekrachtiging/bevestiging
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:5221, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 15/01156
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Wet bescherming persoonsgegevens. Reikwijdte recht op inzage eigen gegevens bij bank (art. 35 Wbp). Verzoek te onbepaald? Weigeringsgronden.
Uitspraak
25 maart 2016
Eerste Kamer
15/01156
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE RABOBANK WEERTERLAND EN CRANENDONCK U.A.,gevestigd te Weert,
2. COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A.,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Rabobank.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/04/118985 /HA RK 12-147 en C/04/118986/HA RK 12-148 van de rechtbank Limburg van 28 augustus 2013;
b. de beschikkingen in de zaak HV 200.138.190/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2014 en 11 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze de beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 11 december 2014 hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.