Hoge Raad, 26-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:741, 15/01791
Hoge Raad, 26-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:741, 15/01791
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 26 april 2016
- Datum publicatie
- 26 april 2016
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:741
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:303, Gevolgd
- Zaaknummer
- 15/01791
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG o.a. over derdenwerking in Salduz-zaken en waarom de AG thans geen reden ziet om de HR te verzoeken de vraagstelling van de steller van het middel ter beoordeling aan het HvJ EU voor te leggen.
Uitspraak
26 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/01791
EC/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 april 2015, nummer 23/005535-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2016.