Hoge Raad, 08-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2276, 16/03228
Hoge Raad, 08-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2276, 16/03228
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 september 2017
- Datum publicatie
- 8 september 2017
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2276
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:480, Gevolgd
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:862, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 16/03228
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Overeenkomst werkgever/pensioenverzekeraar inzake belegging pensioengelden. Wijziging beleggingsdepot door verzekeraar wegens te lage dekkingsgraad. Tekortkoming verzekeraar? Verzuim? Aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Tweeconclusieregel.
Uitspraak
8 september 2017
Eerste Kamer
16/03228
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
IV-GROEP B.V.,gevestigd te Papendrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
SRLEV N.V.,gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als IV-Groep en Zwitserleven.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 2637067 CV EXPL 13-32636 van de kantonrechter te Amsterdam van 28 februari 2014 en 31 oktober 2014;
b. het arrest in de zaak 200.161.193/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft IV-Groep beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Zwitserleven heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van IV-Groep heeft bij brief van 16 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.