Home

Hoge Raad, 30-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:2004, 16/05626

Hoge Raad, 30-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:2004, 16/05626

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 oktober 2018
Datum publicatie
30 oktober 2018
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2004
Formele relaties
Zaaknummer
16/05626

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 137 auto’s onder BV die wordt verdacht van witwassen en vervolgens failliet gaat. Rb heeft klaagschrift pandhouder van auto’s deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Ontvankelijkheid cassatieberoep curator failliete B.V. (belanghebbende)? Art. 552d.2 Sv. Beroep is gericht tegen beschikking die is gegeven op klaagschrift en aanvulling op klaagschrift van pandhouder, welk klaagschrift strekte tot teruggave van auto's die onder B.V. in beslag waren genomen - en welke aanvulling van klaagschrift strekte tot teruggave van onder pandhouder inbeslaggenomen auto’s. Bij bestreden beschikking is klaagschrift van pandhouder deels gegrond verklaard en teruggave van personenauto aan hem gelast en voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beschikking staat voor curator o.g.v. art. 552d.2 Sv geen cassatieberoep open. Volgt n-o verklaring in beroep. Samenhang met 16/05542B.

Uitspraak

30 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 16/05626 B

IF/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 26 oktober 2016, nummer RK 16/578, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , kantoorhoudende te [plaats] .

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door [klager] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] BV. Namens deze heeft C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift en de aanvulling op dat klaagschrift van [betrokkene 2] , welk klaagschrift strekte tot teruggave van 137 auto's - die onder [A] BV in beslag waren genomen - en welke aanvulling van het klaagschrift strekte tot teruggave van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen camper en personenauto. Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van [betrokkene 2] deels gegrond verklaard en de teruggave van de personenauto aan hem gelast en voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beschikking staat voor [klager] op grond van art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [klager] niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.