Hoge Raad, 21-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2378, 18/00467
Hoge Raad, 21-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2378, 18/00467
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 december 2018
- Datum publicatie
- 21 december 2018
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2378
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:3011, Bekrachtiging/bevestiging
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1273, Gevolgd
- Zaaknummer
- 18/00467
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Inzagerecht o.g.v. art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens. Welke gegevens? Ook inzage in stukken?
Uitspraak
21 december 2018
Eerste Kamer
18/00467
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
[verweerster] , als rechtsopvolgster van [A N.V.] .gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [A N.V.] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/516394/HA RK 16-400 van de rechtbank Den Haag van 2 februari 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.209.452/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. [A N.V.] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.