Hoge Raad, 10-09-2019, ECLI:NL:HR:2019:1312, 18/01420
Hoge Raad, 10-09-2019, ECLI:NL:HR:2019:1312, 18/01420
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 september 2019
- Datum publicatie
- 10 september 2019
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1312
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:520
- Zaaknummer
- 18/01420
Inhoudsindicatie
Vervaardigen, bezitten, uitvoeren en verspreiden van kinderporno (art. 240b Sr), (poging) feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 Sr) en medeplegen ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren via de webcam (art. 247 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld (art. 408.1.b Sv), nu Hof heeft vastgesteld dat namens verdachte pas na sluitingstijd van griffie (17:44 uur) op laatste dag van beroepstermijn d.m.v. per e-mail verzonden schriftelijke bijzondere volmacht h.b. is ingesteld. 1. Klacht dat sprake was van een “manifest failure” van de raadsman omdat hij aan verdachte had bevestigd dat h.b. was ingesteld terwijl dit niet zo was. 2. Klacht dat huidige rechtspraak over beroepstermijnen in die zin dient te worden aangepast dat een rechtsmiddel kan worden aangewend tot de laatste dag van de termijn om 24:00 uur i.p.v. 17:00 uur. HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01420
Datum 10 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 maart 2018, nummer 20/000040-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2019.