Hoge Raad, 17-12-2019, ECLI:NL:HR:2019:1989, 18/01345
Hoge Raad, 17-12-2019, ECLI:NL:HR:2019:1989, 18/01345
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 december 2019
- Datum publicatie
- 17 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1989
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:638
- In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:2415, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 18/01345
Inhoudsindicatie
‘Posbank’-zaak. Medeplegen moord en brandstichting in 2003, art. 289 en 157 Sr. 1. Bewijsklacht voorbedachte raad. 2. Had Hof het in brand steken van de auto moeten kwalificeren als onttrekken van een lijk aan nasporing ex art. 151 Sr? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/01298.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01345
Datum 17 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 maart 2018, nummer 21/003304-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.