Hoge Raad, 31-03-2020, ECLI:NL:HR:2020:542, 18/05380
Hoge Raad, 31-03-2020, ECLI:NL:HR:2020:542, 18/05380
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 31 maart 2020
- Datum publicatie
- 31 maart 2020
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:542
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:123
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:4610
- Zaaknummer
- 18/05380
Inhoudsindicatie
Medeplegen poging tot moord door op klaarlichte dag in een woonwijk te Diemen met aanvalsgeweren 34 kogels op slachtoffer af te vuren (art. 289 Sr), voorhanden hebben wapens en munitie (art. 26.1 WWM), opzetheling van bromfietskentekenplaat (art. 416 Sr) en witwassen (art. 420bis Sr). Verschillende middelen, o.m. over afwijzing verzoek tot het horen van (rechtmatigheids)getuigen, de vraag of de uitzondering a.b.i. art. 2.1.II onder 7 WWM een bestanddeel van de delictsomschrijving is en derhalve tlgd. en bewezenverklaard moet worden en de vraag of uit de b.m. kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van bromfietskentekenplaat wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05481, 18/05474 en 18/05469.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05380
Datum 31 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 december 2018, nummer 23/002817-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2020.