Hoge Raad, 29-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:138, 20/00654
Hoge Raad, 29-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:138, 20/00654
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 januari 2021
- Datum publicatie
- 29 januari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:138
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:2732
- Zaaknummer
- 20/00654
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/00654
Datum 29 januari 2021
ARREST
in de zaak van
STICHTING [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TEYLINGEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 januari 2020, nr. BK-19/00552, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 19/628) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2018 betreffende de onroerende zaak Hoofdstraat 82 te Sassenheim.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.