Hoge Raad, 14-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1880, 20/02771
Hoge Raad, 14-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1880, 20/02771
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 december 2021
- Datum publicatie
- 14 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1880
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1031
- Zaaknummer
- 20/02771
Inhoudsindicatie
Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen veroordeling t.z.v. te hard rijden (art. 21.a jo. 92.1 RVV 1990), op de grond dat verdachte h.b. heeft ingetrokken. Heeft hof voorafgaand aan tz. in h.b. aan strafgriffie hof verzonden e-mailbericht van verdachte kunnen aanmerken als duidelijke en ondubbelzinnige intrekking, nu verdachte 2 dagen later per e-mail heeft verzocht eerdere intrekking als niet verzonden te beschouwen en verdediging ttz. in h.b. heeft aangevoerd dat geen sprake is van rechtsgeldige intrekking? Art. 454 en 453 jo. 450 Sv.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/02368.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02771
Datum 14 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2020, nummer 21-002008-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2021.