Home

Hoge Raad, 12-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:213, 20/00986

Hoge Raad, 12-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:213, 20/00986

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2021
Datum publicatie
12 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:213
Formele relaties
Zaaknummer
20/00986

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/00986

Datum 12 februari 2021

ARREST

in de zaak van

[X] N.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE 'S-HERTOGENBOSCH

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 28 januari 2020, nr. SHE 18/99, betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente ’s-Hertogenbosch voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] .

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing