Home

Hoge Raad, 09-03-2021, ECLI:NL:HR:2021:352, 20/03959

Hoge Raad, 09-03-2021, ECLI:NL:HR:2021:352, 20/03959

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 maart 2021
Datum publicatie
9 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:352
Formele relaties
Zaaknummer
20/03959

Inhoudsindicatie

Cassatie in belang der wet. Omzetting taakstraf in hechtenis als tul taakstraf is mislukt, art. 22g (oud) Sr. 1. Aanvang bezwaartermijn als kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast niet in persoon is betekend. Begint bezwaartermijn te lopen vanaf moment van betekening van kennisgeving dan wel vanaf moment dat veroordeelde op de hoogte is geraakt van die kennisgeving? 2. Heeft veroordeelde “tijdig” bezwaarschrift ingediend tegen kennisgeving?

Ad 1. Ex art. 22g.3 (oud) Sr (thans: art. 6:6:23.1 Sv) vangt bezwaartermijn aan na rechtsgeldige betekening van kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast. Uit art. 22g (oud) Sr noch uit enig ander wettelijk voorschrift vloeit voort dat van andere ingangsdatum van bezwaartermijn moet worden uitgegaan indien betekening niet ertoe leidt dat kennisgeving veroordeelde bereikt of inhoud daarvan niet te zijner kennis is gekomen. Ook overigens bestaat onvoldoende grond voor opvatting dat van bepaalde over ingangsdatum van bezwaartermijn in art. 22g.3 (oud) Sr moet worden afgeweken in het geval dat veroordeelde niet binnen die termijn op de hoogte is geraakt van kennisgeving. Dit brengt mee dat ook in gevallen waarin kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast niet in persoon is betekend, bezwaartermijn begint te lopen vanaf moment van betekening van kennisgeving. Antwoord op vraag op welk moment veroordeelde daadwerkelijk van die kennisgeving op de hoogte is geraakt, is daarbij niet relevant. HR merkt op dat wet voorziet in verschillende voorschriften die beogen veroordeelde zoveel mogelijk ervan op de hoogte te brengen dat hij tot taakstraf is veroordeeld of dat hij bij tul daarvan in verzuim is. Overschrijding van termijn voor indienen van bezwaarschrift door veroordeelde betekent in de regel dat deze niet in dat bezwaarschrift kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, veroordeelde niet toe te rekenen, omstandigheden welke overschrijding van termijn verontschuldigbaar doen zijn (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AN8587). Enkele omstandigheid dat kennisgeving niet in persoon is betekend en dat veroordeelde pas na verstrijken van die bezwaartermijn op de hoogte is geraakt van kennisgeving, is niet bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld.

Ad 2. Rb heeft oordeel dat veroordeelde ontvankelijk is in zijn bezwaarschrift kennelijk gebaseerd op opvatting dat termijn voor indienen van bezwaarschrift niet direct na rechtsgeldige betekening van kennisgeving aanving maar pas nadat veroordeelde van toepassing van vervangende hechtenis op de hoogte is geraakt. Die opvatting is, gelet op wat hiervoor is overwogen, onjuist.

Volgt vernietiging in het belang van de wet.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03959 CW

Datum 9 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie in het belang van de wet van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een beschikking van de rechtbank MiddenNederland van 6 februari 2018, nummer 16-043021-12, in de zaak

van

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de veroordeelde.

1 De uitspraak van de rechtbank

De rechtbank heeft in haar uitspraak de veroordeelde ontvankelijk geacht in het bezwaarschrift en voorts beslist dat het bezwaarschrift ongegrond is.

2 Het cassatieberoep

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

3 Waar het in deze zaak om gaat

Deze zaak gaat over de procedure na een niet (naar behoren) verrichte taakstraf. Als de tenuitvoerlegging van een taakstraf is mislukt wordt de veroordeelde door het openbaar ministerie door middel van een schriftelijke kennisgeving ervan in kennis gesteld dat vervangende hechtenis zal worden toegepast. De veroordeelde kan binnen veertien dagen na de betekening van die kennisgeving daartegen een bezwaarschrift indienen (deze termijn wordt hierna ook aangeduid als: bezwaartermijn). De advocaat-generaal heeft cassatieberoep in het belang van de wet ingesteld, omdat in de praktijk onduidelijkheid bestaat over de aanvang van de bezwaartermijn in gevallen waarin de kennisgeving tenuitvoerlegging niet in persoon is betekend. Meer specifiek gaat het om de vraag of, ook in geval van zo’n betekening, de bezwaartermijn vanaf het moment van de betekening van de kennisgeving begint te lopen, dan wel - zoals de rechtbank kennelijk heeft geoordeeld - vanaf het moment dat de veroordeelde op de hoogte is geraakt van die kennisgeving.

4 De overwegingen van de rechtbank

5 Wettelijk kader

6 Beoordeling van het cassatiemiddel

7 Beslissing