Home

Hoge Raad, 07-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1370, 21/02755

Hoge Raad, 07-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1370, 21/02755

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2022
Datum publicatie
7 oktober 2022
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1370
Formele relaties
Zaaknummer
21/02755

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Algemene voorwaarden. Consumentenrecht. Vervroegde aflossing van hypothecair krediet. Beding dat aan bank verschuldigde vergoeding bepaalt op basis van netto contante waarde-methode. Richtlijn oneerlijke bedingen. Richtlijn hypothecair krediet. Samenhang met 20/04372 en 21/00873.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02755

Datum 7 oktober 2022

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],

2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: A.C. van Schaick,

tegen

ABN AMRO N.V.,gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ABN AMRO,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 7399165/CV EXPL 18-27518 van de rechtbank Amsterdam van 28 juni 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.267.239/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 mei 2021.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ABN AMRO mede door D.J. Verheij.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

-

verwerpt het beroep;

-

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.