Hoge Raad, 25-03-2022, ECLI:NL:HR:2022:458, 20/03077
Hoge Raad, 25-03-2022, ECLI:NL:HR:2022:458, 20/03077
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 maart 2022
- Datum publicatie
- 25 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:458
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1039, Gevolgd
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:1834, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 20/03077
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Kerkrecht. Art. 2:2 BW. Geschil over vraag of rechtspersoon stichting is naar burgerlijk recht of zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap en over benoeming van bestuurders. Klachten over gebruikte maatstaf bij beoordeling of sprake is van zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap. Uitleg statuten.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03077
Datum 25 maart 2022
ARREST
In de zaak van
1. STICHTING HET ROOMSCH CATHOLIJK MAAGDENHUIS,gevestigd te Amsterdam,
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: het Maagdenhuis c.s.,
advocaat: W.H. van Hemel,
tegen
BISDOM HAARLEM-AMSTERDAM,gevestigd te Vogelenzang, gemeente Bloemendaal,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: het Bisdom,
advocaat: A. Knigge.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/13/631678 / HA ZA 17-673 van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018;
-
de arresten in de zaak 200.246.897/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2019 en 30 juni 2020.
Het Maagdenhuis c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 30 juni 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Het Bisdom heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor het Bisdom toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Maagdenhuis c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- -
-
verwerpt het beroep;
- -
-
veroordeelt het Maagdenhuis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Bisdom begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Maagdenhuis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022.