Home

Hoge Raad, 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1729, 23/02580

Hoge Raad, 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1729, 23/02580

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 november 2024
Datum publicatie
26 november 2024
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1729
Formele relaties
Zaaknummer
23/02580

Inhoudsindicatie

Cassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden, terwijl uitspraak waarbij die is opgelegd nog niet onherroepelijk is. 1. Heeft (executie)rechter (terwijl sprake is van niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden) bevoegdheid om te beslissen dat verdachte alsnog van overheidswege zal worden verpleegd? 2. Kan TBS in dat stadium al worden verlengd?

HR zet uitgangspunten uiteen over dadelijke uitvoerbaarheid van TBS met voorwaarden als uitzondering op hoofdregel dat rechterlijke beslissing niet ten uitvoer wordt gelegd, zolang daartegen nog gewoon rechtsmiddel openstaat en, als dit is aangewend, totdat het is ingetrokken of daarop is beslist.

Ad. 1. Het is naar geldend recht niet mogelijk om niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk uitvoerbare TBS met voorwaarden ‘om te zetten’ in TBS met verpleging van overheidswege. Wel wijst HR erop dat in voorkomende gevallen de schorsing van voorlopige hechtenis kan worden opgeheven. ’s Hofs oordeel dat erop neerkomt dat (executie)rechter de beslissing kan nemen dat verdachte alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, terwijl dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden nog niet onherroepelijk is, is onjuist. Dat brengt met zich dat ook ’s hofs oordeel dat in dat stadium de TBS met verpleging van overheidswege kan worden verlengd, onjuist is.

Ad. 2. Als rechter bij oplegging van TBS met voorwaarden het bevel geeft dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, begint termijn van TBS op ogenblik waarop bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van TBS met voorwaarden ingaat. Termijn van nog niet onherroepelijke, dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS (met voorwaarden) kan 2 jaren na begin van die termijn worden verlengd ex art. 38d.2 Sr. Als hof in hoger beroep in strafzaak binnen eerste termijn van 2 jaren in navolging van Rb een dadelijk uitvoerbare TBS met voorwaarden oplegt, geldt die TBS ex art. 38d.1 Sr voor 2 jaren. In dat geval kan (afzonderlijke beslissing op) vordering tot verlenging van TBS achterwege blijven. In geval waarin hof het vonnis Rb vernietigt en het de dadelijke uitvoerbaarheid van TBS met voorwaarden wil beëindigen, moet het ex art. 6:6:6 Sv dadelijke uitvoerbaarheid opheffen.

Volgt vernietiging in het belang van de wet.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02580 CW

Datum 26 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie in het belang van de wet van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen twee beslissingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2022, nummer TBS P21/426 (ECLI:NL:GHARL:2022:7778) en nummer TBS P22/168 (ECLI:NL:GHARL:2022:7811), in de zaak

van

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 De beslissingen van het hof van 8 september 2022

Het hof heeft in de zaak TBS P21/426 bevestigd met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Noord-Holland die inhoudt het bevel dat de verdachte alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. In de zaak TBS P22/168 heeft het hof de terbeschikkingstelling (hierna: TBS) verlengd met een termijn van een jaar.

2 Het cassatieberoep

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld tegen de beslissingen van het hof. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van die beslissingen.

3 Waar het in deze zaak om gaat

3.1

De vordering van de advocaat-generaal tot cassatie in het belang van de wet is ingesteld naar aanleiding van een strafzaak waarin de verdachte in eerste aanleg voor, kort gezegd, geweldsdelicten (waaronder verkrachting) is veroordeeld tot gevangenisstraf en tot TBS met voorwaarden. De rechtbank heeft daarbij bevolen dat de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. Na afloop van de voorlopige hechtenis is de verdachte in het kader van de tenuitvoerlegging van de TBS met voorwaarden op een forensisch psychiatrische afdeling (FPA) geplaatst. De verdachte heeft in de strafzaak hoger beroep ingesteld.Nadat de verdachte ondertussen voorwaarden niet had nageleefd die aan de TBS waren verbonden, heeft het openbaar ministerie de omzetting gevorderd van de (nog niet onherroepelijk opgelegde) TBS met voorwaarden in TBS met verpleging van overheidswege. Die vordering is toegewezen door de rechtbank. Ook heeft het openbaar ministerie de verlenging van de TBS gevorderd. Die vordering is eveneens toegewezen door de rechtbank. De beslissingen die ter beoordeling aan de Hoge Raad zijn voorgelegd, zijn de onder 4 weergegeven uitspraken met zaaknummers TBS P21/426 respectievelijk TBS P22/168 van de kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: de penitentiaire kamer) in het hoger beroep van de verdachte tegen die uitspraken van de rechtbank.Ondertussen is de verdachte in de onderliggende strafzaak in hoger beroep vrijgesproken van verkrachting en veroordeeld voor andere geweldsdelicten tot een gevangenisstraf en tot TBS met verpleging van overheidswege.

3.2

De door de advocaat-generaal in zijn vordering aan de Hoge Raad voorgelegde beslissingen draaien om onder meer de vragen:1) of de (executie)rechter – terwijl sprake is van een niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden – de bevoegdheid heeft om te beslissen dat de verdachte alsnog van overheidswege zal worden verpleegd,1 en2) of al in dat stadium de TBS kan worden verlengd.2In dit arrest beantwoordt de Hoge Raad de onder 1 en 2 genoemde vragen en gaat hij ook in op een aantal rechtsgevolgen van een vernietiging in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank in de onderliggende strafzaak waarbij een dadelijk uitvoerbare TBS met voorwaarden is opgelegd.3

4 De overwegingen van het hof

5 Juridisch kader

6 Aan de beoordeling van de cassatiemiddelen voorafgaande beschouwing

7 Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

8 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

9 Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

10 Samenvatting

11 Beslissing