Hoge Raad, 24-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:741, 23/03263
Hoge Raad, 24-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:741, 23/03263
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 mei 2024
- Datum publicatie
- 24 mei 2024
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:741
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:823
- Zaaknummer
- 23/03263
Inhoudsindicatie
Uitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het E-archief. Voldoet de inrichting van het E-archief aan de normen van de AVG?
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Vierde Kamer
Nummer 23/03263
Datum 24 mei 2024
BESLISSING
op een vordering als bedoeld in de artikelen 7, 9 en 17 van de Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad van 21 juli 2023, betreffende:
[klager],
hierna: de klager,
en
het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland,
het bestuur van de rechtbank Amsterdam, en
het bestuur van de rechtbank Den Haag,
hierna ook gezamenlijk: de gerechtsbesturen.
1 De vordering van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: de procureur-generaal) heeft op 21 juli 2023 een vordering ingediend1 waarin hij op de voet van art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad (hierna: Regeling)2 schriftelijk heeft gevorderd dat de Hoge Raad een onderzoek instelt naar de wijze waarop de gerechtsbesturen als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG)3 de persoonsgegevens van de klager hebben verwerkt in (het kader van) het E-archief (hierna: het eerste onderdeel van de vordering).
De procureur-generaal heeft in die vordering daarnaast op de voet van art. 17 Regeling ambtshalve gevorderd dat de Hoge Raad onderzoekt of de inrichting van het E-archief voldoet aan de normen van de AVG. Hij heeft dit onderdeel van zijn vordering beperkt tot de gerechtsbesturen (hierna: het tweede onderdeel van de vordering).
Ten aanzien van het eerste onderdeel van de vordering heeft de procureur-generaal zijn bevindingen als volgt samengevat. Voor zover de klachten zijn gericht tegen (i) de zakelijke inhoud van de rechterlijke beslissingen, in het bijzonder waar het gaat om de vermelding van de niet-professionele hoedanigheid als gemachtigde, en (ii) het niet opnemen van een uitspraak in het E-archief, kunnen deze niet in behandeling worden genomen. Ten aanzien van de overige klachten wordt in overweging gegeven deze ongegrond te verklaren, behalve voor zover wordt geklaagd over de opname in het E-archief van de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 februari 2002 en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 november 2021. Deze laatstgenoemde klachten acht de procureur-generaal gegrond omdat op het moment van deze opname niet was voldaan aan het beginsel van transparante gegevensverwerking van art. 5 lid 1, onder a, AVG.
Ten aanzien van het tweede onderdeel van de vordering heeft de procureur-generaal – kort gezegd – gevorderd dat de Hoge Raad onderzoekt of de inrichting van het E-archief naar de stand van 21 juli 2023 voldoet aan de normen van de AVG, welke vraag de procureur-generaal bevestigend beantwoordt. Daarbij heeft hij betrokken dat per 2022 verschillende maatregelen zijn getroffen om de toegang tot het E-archief te beperken, waaronder in het bijzonder het opschonen van bestaande autorisaties en de beperking van autorisaties tot in beginsel één rechtsgebied en de verruimde mogelijkheden van logging en monitoring. Ook heeft de procureur-generaal bij zijn bevestigende beantwoording van die vraag in aanmerking genomen dat flankerende maatregelen zijn getroffen – zoals het opwerpen van een drempel voor het zoeken in gegevens ouder dan tien jaar en het vergroten van het bewustzijn van de privacyaspecten van het E-archief en de logging – alsmede dat het gaat om een interne rechtspraakdatabank die alleen toegankelijk is voor bepaalde medewerkers van de rechtspraak met een aan hun functie gerelateerde geheimhoudingsplicht.
Bij de vordering heeft de procureur-generaal de volgende stukken overgelegd:
i. de brief van de klager aan de procureur-generaal van 9 september 2022 inhoudende een klacht in de zin van art. 7 Regeling tegen het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland betreffende deze wijze waarop de persoonsgegevens van de klager zijn verwerkt in (het kader van) het E-archief, met zes bijlagen;
ii. de brief van de klager aan een rechter bij de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2022 inzake een klacht betreffende deze wijze waarop de rechter persoonsgegevens van de klager heeft verwerkt in (het kader van) het E-archief, met zes bijlagen;
iii. de brief van de klager aan de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak van 20 juni 2022 inhoudende een klacht over de handelwijze van de rechter bij de rechtbank Amsterdam en een verzoek tot anonimiseren van de persoonsgegevens van de klager in alle uitspraken die door derden kunnen worden ingezien;
iv. de brief van de klager aan de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak van 11 juli 2022 inzake een verzoek om inlichtingen over de inrichting en het gebruik van het E-archief;
v. de brief van de klager aan het bestuur van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2022 inzake een klacht over de handelwijze van de rechter bij de rechtbank Amsterdam;
vi. de brief van de functionaris gegevensbescherming voor de Rechtspraak aan de klager inhoudende een reactie op de brief van de klager van 11 juli 2022 aan de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, met vier bijlagen;
vii. de brief van het bestuur van de rechtbank Amsterdam aan de klager van 2 september 2022 inhoudende een reactie op de brief van de klager van 11 juli 2022;
viii. de brief van de procureur-generaal aan de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak van 14 oktober 2022 inzake een verzoek om inlichtingen over de stand van zaken betreffende de opvolging van het op 26 november 2021 door het Presidenten-Raad Overleg (PRO) genomen besluit tot het treffen van technische en organisatorische maatregelen om de toegang tot en inrichting van het E-archief te verbeteren;
ix. de brief van de procureur-generaal aan de klager van 14 oktober 2022 betreffende het oriënterende onderzoek naar de verwerking van persoonsgegevens in het E-archief en het bij de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak ingediende inlichtingenverzoek;
x. de brief van de klager aan de procureur-generaal van 17 oktober 2022 inhoudende een reactie op de brief van de procureur-generaal van 14 oktober 2022;
xi. de brief van de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak aan de procureur-generaal van 8 november 2022 betreffende een voortgangsrapportage van 4 november 2022 met betrekking tot maatregelen om de toegang tot en inrichting van het E-archief te verbeteren;
xii. de brief van de klager aan de procureur-generaal van 25 november 2022 inhoudende een klacht in de zin van art. 7 Regeling tegen het bestuur van de rechtbank Den Haag betreffende de afwijzing van het verzoek van de klager om zijn persoonsgegevens niet te verspreiden via onder meer het E-archief, met drie bijlagen;
xiii. de brieven van de klager aan de procureur-generaal van 28 en 29 november 2022 inhoudende een klacht in de zin van art. 7 Regeling tegen het bestuur van de rechtbank Amsterdam betreffende deze wijze waarop de persoonsgegevens van de klager zijn verwerkt in (het kader van) het E-archief, met respectievelijk vier en twee bijlagen;
xiv. de brief van de klager aan de procureur-generaal van 1 december 2022 inzake het verloop van de klachtbehandeling;
xv. de brieven van de procureur-generaal aan de klager en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak van 16 december 2022 inhoudende het voornemen tot het instellen van een vordering betreffende – kort gezegd – de wijze waarop de gerechten persoonsgegevens verwerken in (het kader van) het E-archief, alsmede de gelegenheid tot het indienen van een schriftelijke zienswijze;
xvi. de brieven van de procureur-generaal aan het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland, het bestuur van de rechtbank Den Haag en het bestuur van de rechtbank Amsterdam van 22 en 28 december 2022 inhoudende het voornemen tot het instellen van een vordering betreffende – kort gezegd – de wijze waarop de gerechten persoonsgegevens verwerken in (het kader van) het E-archief, alsmede het verzoek tot verstrekking van inlichtingen;
xvii. de brief van de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak aan de procureur-generaal van 5 januari 2023 betreffende een tussentijds verslag van 23 december 2022 met betrekking tot de maatregelen om de toegang tot en inrichting van het E-archief te verbeteren;
xviii. de brief van het bestuur van de rechtbank Noord-Nederland aan de procureur-generaal van 14 februari 2023 inhoudende de verstrekking van inlichtingen;
xix. de brief van het bestuur van de rechtbank Den Haag aan de procureur-generaal van 14 februari 2023 inhoudende de verstrekking van inlichtingen, met een bijlage;
xx. de brief van het bestuur van de rechtbank Amsterdam aan de procureur-generaal van 16 februari 2023 inhoudende de verstrekking van inlichtingen, met vier bijlagen;
xxi. de briefwisseling van de procureur-generaal en de klager in de periode van 1 tot en met 7 maart 2023, inhoudende de indiening van een schriftelijke zienswijze betreffende de brieven van de gerechtsbesturen van de rechtbank Noord-Nederland, de rechtbank Den Haag en de rechtbank Amsterdam;
xxii. de e-mail van de directeur bureau Raad voor de rechtspraak aan de procureur-generaal van 6 april 2023 met als bijlage een voortgangsrapportage van 5 april 2023 met betrekking tot de maatregelen om de toegang tot en inrichting van het E-archief te verbeteren.
2 Het verloop van de procedure
Art. 75 lid 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) bepaalt onder meer dat bij de Hoge Raad zaken, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen, worden behandeld en beslist door vijf leden van een meervoudige kamer.Art. 9 Regeling vermeldt dat klachten als bedoeld in die regeling zoveel mogelijk overeenkomstig de bepalingen uit afdeling 1a van hoofdstuk 2 van de Wet RO worden behandeld. Art. 13d Wet RO houdt in dat een vordering bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 13a of art. 13c Wet RO wordt behandeld door een bij het reglement van orde daartoe aangewezen kamer, die zitting houdt met drie leden. Als die kamer is in art. 1.1.9 van het procesreglement van de Hoge Raad aangewezen de vierde meervoudige kamer. De vordering bestrijkt, zoals hiervoor in 1.1 en 1.2 weergegeven, naast individuele klachten over de verwerking van persoonsgegevens, de inrichting van het E-archief als zodanig. Hierin is aanleiding gezien de zaak met toepassing van de hoofdregel van art. 75 lid 2 Wet RO te laten behandelen en beslissen door vijf leden van de vierde meervoudige kamer.
Het tweede onderdeel van de vordering gaat over de vraag of de inrichting van het E-archief voldoet aan de normen van de AVG. In dit onderdeel zijn geen individuele klachten over de verwerking van persoonsgegevens betrokken. Art. 13e Wet RO bepaalt dat het onderzoek van de Hoge Raad geschiedt in raadkamer. De Hoge Raad ziet in het algemene karakter van dit onderdeel van de vordering aanleiding voor behandeling van dit onderdeel van de vordering ter openbare zitting, in afwijking van art. 9 Regeling in verbinding met art. 13e Wet RO.
Bij brieven van 9 november 2023 aan de klager en de gerechtsbesturen is het voornemen van de Hoge Raad kenbaar gemaakt om het onderzoek inzake het eerste onderdeel van de vordering in raadkamer te verrichten en aansluitend het onderzoek inzake het tweede onderdeel van de vordering ter openbare zitting. Voor het onderzoek ter openbare zitting zijn naast de procureur-generaal, de klager, de gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak ook opgeroepen de gerechtsbesturen van de overige rechtbanken en de gerechtsbesturen van de gerechtshoven.
Het onderzoek in raadkamer en aansluitend het onderzoek ter openbare zitting hebben op 19 januari 2024 plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
3 Uitgangspunten en feiten
De Hoge Raad gaat uit van de omschrijving van het E-archief zoals opgenomen in onderdeel 3.2 van de vordering van de procureur-generaal (voetnoot in het citaat niet weergegeven):
“Het E-archief is als interne rechtspraakdatabank uitsluitend toegankelijk voor geautoriseerde medewerkers van de Rechtspraak. Het E-archief bevat ongeanonimiseerde uitspraken van gerechten, en daarmee persoonsgegevens van betrokkenen zoals justitiabelen, professionals en anderen, die ontsloten worden door middel van een IT-voorziening. De meeste ongeanonimiseerde uitspraken in het E-archief dateren van na 2013. Ook zijn er oudere uitspraken beschikbaar geworden door middel van het inlezen van bijvoorbeeld de huisdatabanken. Alleen definitieve uitspraken worden in het E-archief opgeslagen; hiertoe behoren ook tussenuitspraken en mondelinge uitspraken, maar geen conceptuitspraken. Tussen de 10% en 15% van alle uitspraken wordt geplaatst in het E-archief. De betrokken rechter of raadsheer beslist zelf of de uitspraak in het E-archief wordt opgenomen en neemt daarbij de verwerkingsdoelen in aanmerking. Uitspraken die zijn opgeslagen in het E-archief kunnen worden geraadpleegd op Porta luris. Ongeveer een derde van deze uitspraken is in geanonimiseerde vorm – conform de Anonimiseringsrichtlijn – gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.”
In de vordering van de procureur-generaal is (onder 3.7 tot en met 3.9 en 3.11) het volgende vermeld. Er is een ‘privacy-reglement e-archief gerechten’ (hierna: privacyreglement), een intern binnen de Rechtspraak gebruikt reglement. Het geeft weer op welke wijze de Rechtspraak toepassing geeft aan de eisen die de AVG) het volgende vermeld. Er is een ‘privacy-reglement e-archief gerechten’ (hierna: privacyreglement), een intern binnen de Rechtspraak gebruikt reglement. Het geeft weer op welke wijze de Rechtspraak toepassing geeft aan de eisen die de stelt aan verwerkingen van persoonsgegevens in het E-archief ten aanzien van aspecten zoals rechtmatigheid, doelbinding, integriteit en vertrouwelijkheid. Het privacyreglement vermeldt als grondslag “de wettelijk opgedragen taak om recht te spreken op basis van hoofdstuk 6 van de Grondwet, nader uitgewerkt in diverse wetten in formele zin”. Het privacyreglement vermeldt onder “Verwerkingsdoelen” onder meer: “Om de kwaliteit van de rechterlijke beslissingen te waarborgen en in het kader van de rechtseenheid is het van belang dat daartoe geautoriseerde rechters, stafjuristen, juridisch medewerkers en forensisch medewerkers kennis kunnen nemen van uitspraken in vergelijkbare zaken.” Het privacyreglement bepaalt dat “technische applicatieve logging plaats[vindt] voor het monitoren van het correct functioneren van de applicatie”.
Sinds het najaar van 2022 worden op www.rechtspraak.nl het bestaan en het doel van het E-archief vermeld. Op deze website is onder de knop ‘privacy’ informatie te vinden over onder meer de persoonsgegevens die binnen de rechtspraak worden verwerkt, waaronder het volgende:
“Persoonsgegevens zijn noodzakelijk voor een goede en zorgvuldige rechtspleging en procesvoering. Procespartijen en hun gemachtigden moeten persoonsgegevens verstrekken aan de Rechtspraak zodat een correcte gerechtelijke procedure kan worden gevoerd.”
En als de gebruiker doorklikt naar ‘Privacyverklaring’:
“Jurisprudentie databank
De Rechtspraak bewaart een selectie van uitspraken in een interne jurisprudentiedatabank. Dit stelt medewerkers in staat om kennis te nemen van uitspraken in vergelijkbare zaken. Dit bevordert de rechtszekerheid en de rechtseenheid. Deze databank is toegankelijk voor medewerkers voor wie dat met het oog op hun functie noodzakelijk is. De toegang is beperkt tot het rechtsgebied waarvoor zij zaken behandelen. Met het oog op wetenschappelijk onderzoek kunnen onderzoekers, na goedkeuring, inzage krijgen in de databank.”
Bij verder doorklikken verschijnt het volgende:
“Jurisprudentie databank (https://www.rechtspraak.nl/Paginas/registratie-van-persoonsgegevens.aspx)
De Rechtspraak bewaart een selectie van uitspraken in een interne jurisprudentiedatabank. Dit stelt medewerkers in staat om kennis te nemen van uitspraken in vergelijkbare zaken. Dit bevordert de rechtszekerheid en de rechtseenheid.
Betrokkenen en persoonsgegevens
In uitspraken kunnen alle categorieën persoonsgegevens voorkomen, zowel gewone, gevoelige als bijzondere persoonsgegevens, alsook gerechtelijke strafgegevens en wettelijk identificerende persoonsgegevens.
Ontvangers aan wie gegevens kunnen worden verstrekt
Deze databank is toegankelijk voor medewerkers voor wie dat met het oog op hun functie noodzakelijk is. Denk hierbij aan rechters, gerechtsjuristen, forensisch medewerkers en stafjuristen. De toegang is beperkt tot het rechtsgebied waarvoor zij zaken behandelen. Met het oog op wetenschappelijk onderzoek kunnen onderzoekers, na goedkeuring, inzage krijgen in de databank.”
Op 26 november 2021 heeft het Presidenten-Raad-Overleg van de Rechtspraak (PRO) besloten welke technische en organisatorische maatregelen worden genomen om de toegang tot en de inrichting van het E-archief te verbeteren op korte, middellange en lange termijn. Op 4 november 2022, 23 december 2022 en 5 april 2023 heeft de Raad voor de rechtspraak voortgangsrapportages uitgebracht waarin hiervan verslag wordt gedaan.
In de voortgangsrapportage van de Raad voor de rechtspraak van 4 november 2022 is onder meer het volgende opgenomen:
“3. Samenvatting
Ten aanzien van de technische en organisatorische maatregelen om de toegang tot en inrichting van het E-archief op korte en middellange termijn te verbeteren zijn de volgende zaken gerealiseerd:
De autorisaties voor het E-archief zijn vanaf 17 maart 2022 beperkt tot het niveau van rechtsgebieden;
Indien nodig kan een medewerker geautoriseerd worden voor meerdere rechtsgebieden;
Door de wijziging in de autorisatiestructuur is ieder gerecht verplicht geweest de autorisaties te schonen;
(...)
Er is een doorstart gemaakt van werkgroep E-archief om tegemoet te komen aan de actuele vraagstukken rond E-archief. Gestart is met het inzichtelijk maken van het autorisatiebeheer.
(...)