Home

Hoge Raad, 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1117, 24/02247

Hoge Raad, 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1117, 24/02247

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2025
Datum publicatie
9 juli 2025
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1117
Formele relaties
Zaaknummer
24/02247

Inhoudsindicatie

Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (art. 300.2 Sr) door ander bij de keel te grijpen en kopstoot te geven. 1. Had hof moeten responderen op wat is aangevoerd over twee verschillende lezingen van aangever? 2. Bewijsklacht ‘zwaar lichamelijk letsel’. Leveren breuk in wand van grote voorhoofdsholte, breuk in oogkas, breuk in jukbeen en gevoelsverlies in gelaat zwaar lichamelijk letsel op?

HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02247

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juni 2024, nummer 22-002456-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. de Boorder bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.