Home

Hoge Raad, 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1980, 25/02870

Hoge Raad, 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1980, 25/02870

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
19 december 2025
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1980
Zaaknummer
25/02870

Inhoudsindicatie

Art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klacht over verwerking van persoonsgegevens in nieuwsbericht van rechtbank over vonnis in een strafzaak. Grondslag van verwerking van persoonsgegevens. Art. 6 AVG. Beginselen van minimale gegevensverwerking en beginsel van juistheid. Art. 5 AVG. Rechterlijke taken in de zin van art. 55 lid 3 AVG.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Vierde Kamer

Nummer 25/02870

Datum 19 december 2025

BESLISSING

op een vordering als bedoeld in de art. 7 en 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad in verbinding met art. 13a lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie van 9 september 2025, betreffende:

[verzoekster] ,

hierna: verzoekster,

tegen

het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant

hierna: het gerechtsbestuur.

1 De vordering van de Procureur-Generaal

1.1

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: de procureur-generaal) heeft een klacht van verzoekster ontvangen over een op www.rechtspraak.nl gepubliceerd nieuwsbericht over een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 mei 2023 (hierna: het nieuwsbericht). De procureur-generaal heeft op 9 september 2025 een vordering ingesteld als bedoeld in de art. 7 en 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad (hierna: Regeling)1, in verbinding met art. 13a lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: de Wet RO). De vordering strekt ertoe dat de Hoge Raad een onderzoek zal instellen naar de wijze waarop het gerechtsbestuur de persoonsgegevens van verzoekster en haar jongste dochter in het nieuwsbericht heeft verwerkt.

1.2

Bij de vordering heeft de procureur-generaal de volgende stukken overgelegd:

1. schermafdruk van het nieuwsbericht van 24 mei 2023;

2. brief van de gemeente [plaats] aan verzoekster van 26 mei 2023;

3. gespreksverslag van de gemeente [plaats] van 29 april 2024;

4. brief van verzoekster aan het Openbaar Ministerie van 7 mei 2024;

5. e-mail van verzoekster aan de Nationale ombudsman van 29 juli 2024;

6. e-mail van de Nationale ombudsman aan de rechtbank Oost-Brabant van 27 augustus 2024 en reactie van de klachtenfunctionaris van die rechtbank van 6 september 2024;

7. e-mail van de Nationale ombudsman aan het kabinet van de procureur-generaal van 12 november 2024;

8. e-mail van de Nationale ombudsman aan het kabinet van de procureur-generaal van 20 november 2024;

9. brief van de procureur-generaal aan verzoekster van 22 januari 2025;

10. brief van de procureur-generaal aan de president van de rechtbank Oost-Brabant van 5 maart 2025;

11. e-mail van het secretariaat van de procureur-generaal aan verzoekster van 20 maart 2025;

12. brief van de president van de rechtbank Oost-Brabant, namens het gerechtsbestuur, aan de procureur-generaal van 27 maart 2025;

13. brief van de procureur-generaal aan verzoekster van 1 april 2025;

14. e-mail van verzoekster aan de procureur-generaal van 21 april 2025;

15. brief van de procureur-generaal aan verzoekster van 25 april 2025;

16. brief van de procureur-generaal aan het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant van 25 april 2025;

17. brief van de procureur-generaal aan verzoekster van 18 juni 2025;

18. brief van de procureur-generaal aan het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant van 18 juni 2025;

19. e-mail van verzoekster aan de procureur-generaal van 20 juni 2025.

1.3

De procureur-generaal heeft zijn vordering toegespitst op de vraag of de wijze waarop de rechtbank Oost-Brabant de persoonsgegevens van verzoekster en haar jongste dochter in het nieuwsbericht heeft verwerkt in het kader van de uitoefening van de gerechtelijke taken verenigbaar is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en de krachtens Richtlijn 2016/6802 in Nederland geldende wettelijke bepalingen.

1.4

De klacht van verzoekster over het nieuwsbericht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel klaagt over een feitelijke onjuistheid in het nieuwsbericht. Het tweede onderdeel klaagt erover dat de in het nieuwsbericht gegeven informatie tot verzoekster herleidbaar is en zij daarmee in een negatief daglicht is komen te staan.

1.5

De procureur-generaal komt tot de conclusie dat beide onderdelen van de klacht van verzoekster gegrond zijn, behalve voor zover het tweede onderdeel van de klacht is gericht tegen de zakelijke inhoud van het vonnis, en dat het slagen van de klacht tot gevolg moet hebben dat het nieuwsbericht moet worden aangepast.

2 Het verloop van de procedure

2.1

Art. 75 lid 2 Wet RO bepaalt onder meer dat bij de Hoge Raad zaken, behalve in bij de wet bepaalde uitzonderingen, worden behandeld en beslist door vijf leden van een meervoudige kamer.

Art. 9 Regeling vermeldt dat klachten als bedoeld in die regeling zoveel mogelijk overeenkomstig de bepalingen uit afdeling 1a van hoofdstuk 2 van de Wet RO worden behandeld. Art. 13d Wet RO houdt in dat een vordering bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 13a of art. 13c Wet RO wordt behandeld door een bij het reglement van orde daartoe aangewezen kamer, die zitting houdt met drie leden. Als die kamer is in art. 1.1.9 van het procesreglement van de Hoge Raad aangewezen de vierde meervoudige kamer.

De vordering stelt ten aanzien van het tweede onderdeel van de klacht mede vragen aan de orde over de verwerking van persoonsgegevens in openbare berichtgeving door de gerechten, meer in het bijzonder de vraag in hoeverre en op welke wijze de gerechten bij het opstellen en publiceren van een nieuwsbericht over een rechterlijke uitspraak rekening moeten houden met het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van personen die in het nieuwsbericht worden genoemd. Hierin is aanleiding gezien de zaak met toepassing van de hoofdregel van art. 75 lid 2 Wet RO te behandelen en beslissen door vijf leden van de vierde meervoudige kamer.

2.2

Op 3 november 2025 heeft de Hoge Raad het onderzoek in raadkamer als bedoeld in art. 9 Regeling in verbinding met art. 13e lid 2 RO ingesteld.

2.3

In raadkamer zijn verschenen verzoekster, de president van de rechtbank Oost-Brabant, de voorzitter van het team strafrecht van deze rechtbank en een juridisch adviseur van de Raad voor de rechtspraak. De procureur-generaal heeft in raadkamer zijn vordering toegelicht. Van het onderzoek in raadkamer is proces-verbaal opgemaakt.

3 Uitgangspunten en feiten

3.1

Op 24 mei 2023 is op www.rechtspraak.nl een nieuwsbericht – door de rechtbank aangeduid als een “publieksvriendelijke samenvatting” – gepubliceerd over een op dezelfde dag gewezen vonnis van de rechtbank Oost-Brabant (hierna ook: het nieuwsbericht). Het nieuwsbericht vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:

9 jaar cel voor misbruik dochter en vriendinnetjes in [plaatsnaam]

's-Hertogenbosch, 24 mei 2023

De rechtbank Oost-Brabant heeft een [leeftijd] man uit [plaatsnaam] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar. Hij pleegde jarenlang seksueel misbruik met zijn dochter en 3 andere minderjarige meisjes. Ook na zijn detentie kan de man zo nodig onder intensief toezicht blijven staan.

De dochter deed in [maand, jaar] aangifte bij de politie van seksueel misbruik door haar vader. Ook 3 vriendinnetjes van het meisje en haar jongere zusje deden aangifte. De verdachte ontkent alles. De rechtbank gelooft de slachtoffers. De dochter beschrijft gedetailleerd diverse concrete handelingen en voorvallen en die beschrijvingen tonen overeenkomsten met de verklaringen van de andere meisjes over de wijze waarop zij misbruikt werden en de woorden die de verdachte daarbij gebruikte (...). Ook de verklaringen van de moeder en het jongere zusje steunen haar verhaal. Zo vertelde de dochter verschillende keren aan haar moeder dat ze werd misbruikt door haar vader.

[korte aanduiding handelingen]

De dochter is zolang zij zich kan herinneren vrijwel dagelijks seksueel misbruikt door haar vader. De verdachte kwam 's nachts bij haar om [omschrijving handelingen]. Dit gebeurde ook in een zwembad in [land], op vakantie in [plaatsnaam] en wanneer het meisje bij haar vader op schoot zat. Daarnaast gaf de verdachte zijn dochter een keer een tongzoen en moest zij seksuele handelingen bij hem verrichten. Hij drong niet met zijn geslachtsdeel bij haar binnen, omdat dit volgens het meisje niet lukte. De rechtbank stelt de begindatum van het misbruik vast op [maand, jaar]. Haar moeder verklaarde namelijk dat het meisje [leeftijd] was toen zij haar “onder" iets zag doen en vertelde dat ze dat ‘van papa had’. Het misbruik stopte toen een van de vriendinnetjes van haar zusje aangifte deed. Dit was in [maand, jaar].

Misbruik vriendinnen

(...)

Grote impact

(...)

Buiten zichzelf plaatsen

(...)

Geen tbs

(...)’’

3.2

Het desbetreffende vonnis3 is, als gevolg van een fout, pas bijna een jaar later, op 13 mei 2024 op www.rechtspraak.nl gepubliceerd.

3.3

Daags na de publicatie van het nieuwsbericht is verzoekster, mede naar aanleiding van het nieuwsbericht, door haar werkgever geschorst. Verzoekster is niet meer in haar werkkring teruggekeerd en haar dienstverband is inmiddels geëindigd.

3.4

Verzoekster heeft bij brief van 7 mei 2024 een klacht over het nieuwsbericht ingediend. De klacht is door de rechtbank Oost-Brabant niet inhoudelijk behandeld op de grond dat het nieuwsbericht moet worden aangemerkt als een rechterlijke beslissing waarover niet geklaagd kan worden. De Nationale Ombudsman heeft de kwestie vervolgens onder de aandacht gebracht van de procureur-generaal.

4 Beoordeling van de klacht

5 Beslissing