Home

Hoge Raad, 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:550, 24/02160

Hoge Raad, 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:550, 24/02160

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2025
Datum publicatie
11 april 2025
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:550
Formele relaties
Zaaknummer
24/02160

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financiële dienstverlening. Is bank tekortgeschoten als beleggingsadviseur?

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/02160

Datum 11 april 2025

ARREST

In de zaak van

FORFAIT HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Forfait,

advocaat: J.W. de Jong,

tegen

VAN LANSCHOT KEMPEN N.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Van Lanschot,

advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/693546 / HA ZA 20-1179 van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2021 en 17 november 2021;

b. het arrest in de zaak 200.310.169/01 van het gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2024.

Forfait heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Van Lanschot heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Van Lanschot toegelicht door haar advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Forfait heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Forfait in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Lanschot begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 11 april 2025.